Vier mythes over kanker

Bijna een op de drie Nederlanders sterft door kanker. Het risico op kanker kunt je zelf beïnvloeden. Roken, leeftijd, genetische aanleg en omgevingsfactoren zijn bepalend. Maar ook voeding en beweging spelen een rol bij het ontstaan ​​van kanker. Kanker treft bijna iedereen op een bepaald moment - als patiënt of als familielid. Toch is veel over de ziekte onbekend of onbegrepen.

Suddeutsche Zeitung heeft 4 mythen onderzocht.

1. Betekent kanker de dood?

"Nee, kanker hoeft geen doodvonnis te zijn", zegt Volker Arndt, epidemioloog en hoofd van de kankerregistratie in Baden-Württemberg. Het risico om te sterven aan kanker daalt jaar na jaar. Bij mannen gaat die daling sneller dan bij vrouwen.

De overlevingskansen na kanker zijn de voorbije jaren licht toegenomen. Mensen met kanker overleven langer. Dat komt door betere behandelingen en doordat er meer kankers vroeger ontdekt worden. Een vroege ontdekking betekent meestal een betere overlevingskans. Hoewel die evolutie langzaam verloopt, zijn de resultaten hoopgevend. 

2. Is onze levensstijl verantwoordelijk voor de hoge kankercijfers?

Onderzoekers schatten dat ongeveer 40 procent van de kankergevallen te wijten is aan het milieu en de levensstijl. Dat betekent dat 60 procent pech is.

Het is vaak niet mogelijk om met zekerheid te zeggen waarom kanker is ontstaan. Kanker krijgen is een kwestie van kansen. Veranderingen in onze genen kunnen op lange termijn tot kanker leiden. Deze veranderingen treden op wanneer de cellen in ons lichaam zich delen en het genetisch materiaal daarbij moet dupliceren. Tijdens dit kopieerproces treden soms fouten op. Het lichaam ontdekt ze meestal onmiddellijk, repareert ze of sorteert de cel - maar als zo'n kopieerfout onopgemerkt blijft, kan dit de basis leggen voor kanker. »En het risico dat dergelijke fouten zich ophopen in de genetische informatie neemt toe met de leeftijd. Daarom is kanker een typische ouderdomsziekte".

3. Is roken wel zo gevaarlijk als wordt beweerd?

Longkanker is een van de meest voorkomende vormen van kanker. Je kunt het krijgen zonder ooit te hebben gerookt en sommige kettingrokers worden erg oud en gaan niet dood aan een tumor in hun longen. Er is echter overtuigend wetenschappelijk bewijs dat roken ongezond is. Wie tot twintig sigaretten per dag rookt, verzesvoudigt de kans op keelkanker. Zware rokers hebben bijna 13 keer meer kans om keelkanker te krijgen dan niet-rokers.

Maar het gevaar beperkt zich niet alleen tot het strottenhoofd. Rokerskanker groeit overal waar rook door het lichaam gaat: in de mondholte, de bronchiën en longen, in de luchtpijp en de slokdarm. Hier ontwikkelen rokers vijf tot meer dan 25 keer vaker tumoren dan niet-rokers. Trieste tip: mannen die tussen de 65 en 74 jaar roken, hebben 28 keer meer kans om longkanker te krijgen.

Veel andere vormen van kanker komen ook ongeveer twee keer zo vaak bij rokers voor. Iedereen die rookt, krijgt niet automatisch kanker, maar doet zijn best om het te krijgen. 

4. Van kankertherapie wordt je vreselijk ziek

De angst dat je leven al bijna voorbij is als je therapie tegen kanker krijgt is misplaatst. De verhalen daarover komen door de chemotherapie van vroeger. Je werd kaal en doodziek. Dat gebeurt nog steeds, maar veel minder vaak. Er zijn al lang medicijnen die chemo-misselijkheid onderdrukken. En kankertherapie betekent niet automatisch chemotherapie. 

Er is ook steeds vaker de nieuwe immunotherapieën die bij 90 procent van zijn patiënten geen merkbare bijwerkingen veroorzaken. 

Bron(nen):   Suddeutsche Zeitung  KWF