We weten al langer dat
katten niet alleen muizen maar ook massa’s vogels en andere dieren omleggen; alleen al in Australië gaat het naar schatting om honderden miljoenen prooidieren per jaar. Minder bekend is dat het rondzwerven voor de kat zelf minstens zo dodelijk kan uitpakken. In een nieuwe studie, verbonden aan de Murdoch University, vergelijken onderzoekers het lot van vrij rondlopende huiskatten met dat van katten die worden binnenshuis gehouden of strikt op eigen terrein blijven.
De cijfers zijn ronduit ongemakkelijk voor iedereen die zijn kat graag “even naar buiten laat”. Ongeveer twee derde van de Australische katteneigenaren heeft ooit een
kat verloren die buiten rondliep, meestal door verkeer, gevechten of een val. Europese data laten zien dat tot een kwart van alle katten in hun leven door een auto wordt geraakt, waarbij tien op de veertien dieren het niet overleeft. Vooral jonge, niet-gecastreerde katers lopen groot risico, omdat ze verder en vaker zwerven.
Binnenkat vs. buitenkat:vrijheid met een prijskaartje
Australische onderzoekers laten weinig aan de verbeelding over: huiskatten die vrij buiten rondstruinen leven gemiddeld twee tot drie jaar korter dan soortgenoten die worden binnengehouden. Niet alleen omdat ze zelf op jacht gaan, maar vooral omdat de buitenwereld vol gevaren zit: auto’s, gevechten, vergiftiging en besmettelijke kattenziekten. Europese schattingen wijzen erop dat 18 tot 24 procent van alle katten ooit wordt aangereden, in zo’n 70 procent van de gevallen met fatale afloop. De boodschap van de wetenschap is verrassend simpel: wie zijn kat binnenhoudt – met slimme aanpassingen – geeft hem statistisch de beste overlevingskans.
Daarbovenop komen infectieziekten als Feline Immunodeficiency Virus (kattenaids), abcessen na vechtpartijen en zelfs doelbewuste vergiftiging of mishandeling. In een West-Australische deelstudie raakten binnen acht maanden zes van de 55 gevolgde buitenkatten ernstig gewond of vergiftigd. Opgeteld concluderen de onderzoekers dat buitenkatten gemiddeld minstens twee tot drie jaar korter leven dan katten die worden binnengehouden.
Binnenhouden betekent volgens de auteurs niet dat een kat levenslang achter gesloten gordijnen moet zitten. Met “catio’s” (afgeschermde buitenrennen), aangepaste tuinafscheidingen, speelgoed, klim- en schuilplekken en eventueel een tuigje met riem is een vorm van gecontroleerde buitenlucht goed mogelijk. Noorwegen rapporteerde onlangs dat juist dit soort gecontroleerde toegang belangrijk is voor het welzijn van katten. De essentie van het nieuwe onderzoek is daarmee tegelijk banaal en ongemakkelijk: wie zijn kat echt liefheeft, beperkt zijn vrijheid – en koopt er jaren leven mee.