Vreugde en verdriet

Omdat ik op de route naar het Museumplein woon, kon ik ze vanaf mijn balkon gadeslaan. Voor de wedstrijd kwamen ze langs. Een stroom van scooters en fietsers, luid toeterend en uitgedost in het oranje. Er waren ook wandelaars, velen met een flesje bier in de hand. Wat opviel was het grote aantal vrouwen. Ik heb altijd gedacht dat voetbal een mannenaangelegenheid is, maar het lijkt erop dat vrouwen aan de viering in gelijke mate hebben meegedaan. Misschien is samenkomen en samenzijn een typische vrouwenaangelegenheid.

Na de wedstrijd kwamen ze weer langs, dit keer in de tegenovergestelde richting. Ze toeterden niet meer. Het was een stille colonne, je hoorde alleen het geluid van de motoren. Ze keken bedrukt. De vrouwen, die achterop zaten, hielden de bestuurders stevig om het middel vast, het hoofd tegen de rug gevlijd. Het leek alsof men op weg was naar zo’n moderne begrafenis. Lang heb ik op het balkon gestaan om de begrafenisstoet voorbij te zien trekken.

Twee dagen later waren ze er weer. Opnieuw op weg naar het Museumplein. Het leek alsof er een extra Koninginnedag was ingelast. Ze hoefden alleen maar de stroom van afval te volgen die ze de vorige keer hadden achtergelaten. De provincie Nederland nam opnieuw bezit van Amsterdam. Ooit ging de stedeling op zijn vrije dag naar platteland, om daar de schillen en de dozen achter te laten. Tegenwoordig komt de plattelander naar de stad, om die in korte tijd te veranderen in een grote vuilnisbelt.

Ook deze extra Koninginnedag ging over voetbal, maar van het stille verdriet en de doffe berusting die de menigte nog geen 48 uur geleden had omkneld, was geen sprake meer. De wedstrijd was misschien verloren, maar eigenlijk waren wij allemaal winnaars, en dat moest natuurlijk worden gevierd. In een paar dagen tijd zag ik de massa drie keer van emotie veranderen. Van afwachtende spanning naar doffe teleurstelling en toen – na korte pauze – naar een bijna uitgelaten vreugde.

Waar kwam die vreugde vandaan? Aan de helikopters die al dagen lang boven ons huis circuleren, ben ik inmiddels meer gewend geraakt dan aan de voortdurende stemmingswisselingen van de mensen die aan onze voordeur voorbijlopen. 

Lees verder in de Volkskrant