Op hun knieën vallen ze voor hun wrede god, hun handen druipend van het bloed

Verschrikkelijke droom gehad vannacht. Miserabel, ellendig, badend in het zweet wakker geworden. De term ‘nachtmerrie’ dekt de lading niet: veel te vriendelijk. Een gedrocht van een droom was het. In één klap teruggeslingerd naar de middeleeuwen. Op zijn minst. Misschien nog verder terug. De duistere, gitzwarte jaren voor de middeleeuwen moeten het geweest zijn. Ik bedoel: in de middeleeuwen bestond er nog zoiets als hoffelijkheid, toch? Edelmoedigheid ook, en ridderlijke opoffering? Respect voor wie het goede nastreefde? Niet dus in mijn droom. Ik droomde vannacht van de hel. In zijn rauwste, puurste verschijningsvorm. Om van te huiveren zo koud.

Ik zag grijnzende, woest bebaarde mannen het afgehakte hoofd van andere woest bebaarde mannen triomfantelijk richting tv-camera duwen. O ja, was ik nog vergeten te vermelden: in de duistere premiddeleeuwse tijden van mijn droom bestond er blijkbaar al wel tv (o, onnavolgbare irrationaliteit van de dromende mens).

lees verder bij De Morgen