De jacht op internet-imams

Voor de ‘global jihad’ is internet een uitkomst. Het wereldwijde web is een geweldig hulpmiddel om nog onbekende geloofsgenoten die rijp zijn voor militante actie te bewerken en klaar te maken voor de heilige strijd.
Nu bekend is geworden dat de Nigeriaan die met Kerst een vliegtuig wilde opblazen onder invloed stond van een radicale internet-imam, is de belangstelling gewekt voor geestelijke leiders die het web gebruiken om jonge militanten te indoctrineren met het al-Queda-gedachtengoed.
Je zou ze een soort televisiedominees kunnen noemen die zeer welbespraakt de jonge geesten rijp maken voor geweld en de Amerikaanse contradiensten die terroristen proberen op te sporen zijn inmiddels bijzonder geinteresseerd in deze activiteiten. Zo had de Amerikaanse militaire psychiater Nidal Hassan, die recentelijk een bloedbad aanrichtte bij Fort Hood (Texas), ook contacten met een internet-imam.
Volgens Jarret Brachman, schrijver van het boek Global Jihadism, is de kracht van deze imams dat zij zeer complexe ideologische kwestes weten om te zetten in klare taal en dat ze jongeren gidsen in het islamitisch recht. Soms hebben deze geestelijken zelf een gewelddadig verleden wat ze een heriosch imago bezorgt bij hun gehoor. 
Eén van deze geestelijken, Awlaki, wordt in The New York Times een ‘talentspotter’ genoemd. Hij is van grote waarde voor al-Queda, omdat hij de goede strijders aanbrengt.
Een andere geestelijke probeert in de geest van Barack Obama zijn gehoor aan te sporen. Niet met de slogan ‘Yes We Can,’ maar met de kreet: ‘Happiness is the day of my martyrdom.’ 
Met behulp van Google is deze schimmige wereld, naar het schijnt, redelijk eenvoudig in kaart te brengen. Vervolgens is de vraag wat te doen.

Bron(nen):   The New York Times