Donald
Trump ondervindt in zijn tweede termijn als president steeds vaker dat diplomatie niet werkt als je ervan uitgaat dat iedereen uiteindelijk te koop is – en juist daar botst hij nu hard op landen en leiders die uit overtuiging handelen, niet uit financieel eigenbelang.
Europa speelt in dat leerproces een opvallende rol, omdat het continent zich eerder grotendeels schikte naar zijn handelstarieven, maar nu – samen met andere spelers – laat zien waar de grenzen liggen van Trump’s transactiepolitiek.
In een analyse in de
Financial Times wordt geschetst hoe Trump structureel moeite heeft met mensen en regimes die ergens écht in geloven. De auteur wijst erop dat Trump, die ooit over aanklager Robert Mueller zei “Good, I’m glad he’s dead”, zich nauwelijks kan voorstellen dat iemand uit plichtsbesef of integriteit kiest voor een slecht betaalde publieke loopbaan. Datzelfde onbegrip vertaalt zich naar zijn buitenlandbeleid: hij leest ideologische leuzen en patriottische retoriek als openingsbod in een onderhandeling, niet als serieuze overtuiging.
Die blinde vlek wordt scherp zichtbaar in zijn omgang met Iran en de oorlog in Oekraïne. In Iran rekende Trump erop dat militaire druk en economische sancties zouden volstaan om de regering snel tot concessies te dwingen, maar de machthebbers bleken bereid zware offers te brengen om het voortbestaan van de islamitische revolutie en hun nationale eer te verdedigen. Ook in Oekraïne verbaast het hem dat Kiev en Moskou niet simpelweg tot een “win-wineconomie” kunnen worden verleid, terwijl voor beide partijen nationale identiteit en historische claims zwaarder wegen dan handelsbelang.
.Europa fungeert in dit verhaal als contrast en katalysator. Toen Trump in zijn tweede termijn de tarieven op Europese importen verhoogde, “vouwde” het continent volgens de FT-analist aanvankelijk grotendeels onder die druk, wat zijn overtuiging leek te bevestigen dat iedereen uiteindelijk toegeeft als de prijs hoog genoeg is. Maar op andere dossiers – van China’s tegenmaatregelen tot het Europese verzet tegen een voor Oekraïne nadelige “snelvrede” – wordt zichtbaar dat er grenzen zijn waar economische belangen wijken voor principes en geopolitieke inschattingen.
Voor onsis dit meer dan Amerikaanse soap. Een president die de wereld vooral ziet als een reeks deals, en moeite heeft met actoren die door ideologie, veiligheid of historische trauma’s worden gedreven, vergroot de kans op misrekeningen in conflicten dichtbij Europa’s grenzen. Dat raakt direct aan Nederlandse belangen: van veiligheid en
NAVO-betrokkenheid tot handel, energie en de rol van de EU als serieuze geopolitieke speler. In een wereld vol fanatieke en oprechte gelovigen kan een cynische dealmaker verrassend slecht uit zijn woorden komen – en dat maakt de vraag urgent wie uiteindelijk de prijs betaalt.