Bij elke hete zomer zakt het grondwater, en bij elke zakking komen ergens in Nederland de koppen van houten heipalen droog te staan. Wat volgt is een sluipmoord op je
fundering.
De rekening: gemiddeld 92.000 euro per woning, becijferde toezichthouder AFM dit jaar. En die rekening ligt niet bij de klimaatveroorzaker, niet bij de waterbeheerder en niet bij je verzekeraar. Die ligt op je eigen keukentafel.
Van "onderschat probleem" naar nationale schadepost
De cijfers zijn dit jaar door twee gezaghebbende partijen opnieuw op scherp gezet. Het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF) telt op basis van zijn FunderMaps-database ruim 6,4 miljoen panden en concludeert dat er
nu al tussen de 487.000 en 537.000
woningen verhoogd risico lopen door
droogte en bodemdaling. Reken je klimaatverandering mee, dan loopt dat op naar circa 687.000 panden — met de bredere KCAF-schatting van tot een miljoen risicowoningen als je álle oudere houten paalfunderingen en funderingen op staal meetelt.
De
Autoriteit Financiële Markten bracht dit jaar de financiële kant in kaart en kwam met een nog concretere klap: bijna een half miljoen woningeigenaren zit in een risicocategorie, waarvan ruim 120.000 met risicolabel D — herstel noodzakelijk. Voor die groep alleen al gaat het om een herstelopgave van 11 miljard euro; tel je huurwoningen en bedrijfspanden mee, dan staat de teller op 25 miljard.
En dat is nog het optimistische scenario. Doet de politiek niets, dan kan de totale
schade oplopen tot 54 tot 60 miljard euro in 2050, becijferden
KCAF en
NRC eerder.
De rekening per huisbezitter: geen kleine schrik
Wat kost paalrot je concreet? Iets meer dan een nieuwe keuken, om het maar zacht uit te drukken:
- Funderingsonderzoek (F3O-rapport): 2.800 tot 5.200 euro per pand — de voorgerecht-factuur, nog vóór er iets hersteld is.
- Herstel per woning: mediaan 54.000 euro, gemiddeld 92.000 euro, maar volgens de AFM lopen individuele gevallen "sterk uiteen". In de praktijk staan offertes tussen 40.000 en 150.000 euro.
- Volledige onderheiing bij vrijstaande woning op veen: al gauw 60.000 tot 150.000 euro.
- Bijkomende kosten: tijdelijke huisvesting (800 tot 1.500 euro per week, meestal 8 tot 14 weken), herstel begane grondvloer plus leidingwerk (18.000 tot 32.000 euro), en scheurherstel in het metselwerk. Reken 20 tot 30 procent bovenop de palenpost.
Voor de gemiddelde eigenaar met risicolabel D is dat 21 procent van de woningwaarde — een zomerhitte die je hele overwaarde opeet.
En de verzekering? "Geen onzeker voorval"
Nu de onvermijdelijke tegenvaller: je opstalverzekering betaalt hier niks aan. Het
Verbond van Verzekeraars is er open over: schade aan funderingen door droogte is geen "onzeker voorval". Wie jarenlang naast een dalende grondwaterspiegel woont, kan volgens de sector immers zien aankomen wat er komt. Dus: geen dekking.
De
Waarderingskamer formuleert het onbewogen ambtelijk: "Er bestaat geen regeling op basis waarvan de overheid eventuele schade aan de fundering vergoedt. (…) De reguliere opstalverzekering vergoedt deze schade in het algemeen niet." Wie een woning met funderingsrisico koopt "zal er rekening mee moeten houden dat alle mogelijke toekomstige herstelkosten voor eigen rekening komen".
Vertaald: klimaatverandering is een individueel probleem van de bewoner die toevallig op de verkeerde kluit veen woont.
Uitzonderingen zijn er, maar klein:
- Plotselinge oorzaken (gesprongen waterleiding, rioolbreuk) zijn doorgaans wél gedekt op de opstalpolis.
- Uitgebreide polissen dekken soms een deel — maar het advies van een schade-expert is: laat je polisvoorwaarden nakijken, want in de kleine lettertjes staat het lang niet altijd expliciet uitgesloten.
- Collectieve claims tegen de waterschapsbeheerder zijn juridisch mogelijk via de Wet afwikkeling massaschade — als aantoonbaar is dat een verlaagd peil de veroorzaker is.
Wat de overheid wel doet — voorzichtig
De politieke reflex bij een schade van 54 miljard is, hoe kan het ook anders, een subsidiepot. Het huidige
advies luidt: 30 procent vergoeding, maximaal 40.000 euro per eigenaar. Wat betekent dat 70 procent van de rekening — grofweg 65.000 euro bij een gemiddelde ingreep — bij de huisbezitter blijft liggen. "Dat kan ik van mijn pensioentje niet betalen," zei een van de gedupeerden in het onderzoek van EenVandaag. Dat lijkt geen overdrijving.
Daarnaast blijven bestaan:
- Het Fonds Duurzaam Funderingsherstel: een 30-jarige lening tot 270.000 euro tegen 2 tot 3 procent rente. Een lening, geen gift.
- Gemeentelijke regelingen, waarvan het lokale karakter opvalt: Zaanstad tot 30.000 euro subsidie, Rotterdam 25.000 euro plus gratis advies, Dordrecht 20 procent plus gratis onderzoek voor lagere inkomens, Schiedam 100 procent advieskosten en een revolving lening tot 120.000 euro, Haarlem 15.000 euro. Woon je een straat verkeerd, dan is er niets.
En de waardevermindering? Uit onderzoek in
ESB blijkt dat een woning met bekende funderingsschade gemiddeld 12 procent lager verkoopt — ruim 47.000 euro minder. Verkopen is dus geen ontsnappingsroute; de markt rekent hetzelfde af.
Wat kun je zelf doen?
Kort en niet geruststellend:
- Kijk op de funderingsviewer of je pand in een risicogebied ligt (het merendeel van de gevallen zit in Noord- en Zuid-Holland, Utrecht, Friesland, Groningen en delen van Overijssel).
- Vraag een F3O-onderzoek aan — collectief per bouwblok is 1.500 euro haalbaar, individueel gauw 4.000 tot 5.000.
- Meld je aan bij het KCAF: de meldingen stegen in 2023 al met 25 procent, en gebundelde meldingen versnellen gemeentelijk beleid.
- Lees je polis op de precieze uitsluitingsgronden en overweeg een tweede lezing door een onafhankelijke expert.
- Wacht niet af. Scheuren in muren, klemmende deuren of een scheefstaande dorpel zijn géén cosmetische kwestie.
Meer weten?