Spreek vrijuit over moslims

Barack Obama wil vooral niet de indruk wekken dat hij tegen de islam is. Dus vermijdt hij termen als ‘islamitische extremisten’ en ‘jihad’ – om te voorkomen dat de tegenstellingen met de Arabische wereld een godsdienstige component krijgen.
Maar ja, zegt Marc Gerecht in The Wall Street Journal, als je in Istanbul of Rotterdam of Brussel een boekhandel naast een moskee binnenstapt, sta je oog in oog met allerlei radicale islamitische boeken. En in Arabische landen en in Pakistan is het aanbod van militante boeken nog veel groter.
Al Qaida is zeker geen mainstreem organisatie, want dan hadden we na 11 september 2001 veel meer aanslagen gehad. Maar de terroristische ideologie is enorm verspreid in de internationale moslimgemeenschap. Het kan daarom niet zo zijn dat islamitische terroristen terreur uitoefenen, omdat het Westen onaardig over ze spreekt. Nee, hun boosaardige plannen kunnen ze gewoon ontlenen aan hun eigen handboeken.
Laten we daarom vrijuit spreken.
Als we over al Quaida praten mogen we gerust de geloofs-factor daarin betrekken. Het zou zelfs raar zijn dit niet te doen. Alsof je het over de kruistochten hebt, maar het woord ‘christendom’ steeds inslikt.
De Amerikaanse president, zoon van een moslim en genoemd naar de kleinzoon van Mohammed (‘Hussein’), zou zich dit mogen realiseren.

Bron(nen):   The Wall Street Journal