Groot Dictee? Linkse hobby en tweemaal Volkskrant

Zullen er voor het eerst in de geschiedenis van het Groot Dictee Kamervragen worden gesteld over een nieuwe linkse hobby: dictees maken? Volkskrant-columnist Bert Wagendorp acht het niet onmogelijk. ‘Naast de ‘muezzins van de eeuwige vergelding’ – dubbel z – was immers ook sprake van het ‘geperoxideerde ressentiment’.
‘Ik maak me sterk dat ze het niet foutloos op papier krijgen, die jongens. Maar met zo’n verwijzing heb je ze desondanks onherroepelijk met taalfouten en al op de kast en is heilige verontwaardiging je deel.
Het Groot Dictee? Minstens tweemaal de Volkskrant. Weliswaar is Wieringa geen voorganger in ‘de linkse kerk’ en schrijft hij een column in de politiek neutrale krant De Pers, maar niettemin was bij grote schrijver sprake van geserreerde boosheid over de ontwikkelingen in dit land’.

Voor wie het 21ste Groot Dictee der Nederlandse Taal van opsteller Tommy Wieringa heeft gemist – de laatste zin is de gemakkelijkste, maar wel de mooiste:

Kakofonie
De tijden zijn in zoverre interessant dat ze kakofonisch zijn; je moet bijwijlen je oren dichtstoppen tegen het tenhemelschreiende geblabla van de muezzins van de eeuwige vergelding in het ene oor en dat van de filistijnen van het geperoxideerde ressentiment in het andere.

Geüpgradede Hoekse en Kabeljauwse twisten: de shoarmabakkers versus de aardappeleters, allen met vuvuzela’s bewapend; hun zuurstofarme hersentjes verkleinen je wereld en brengen haar binnen de afrastering van hun woestijngod of hun karikaturale weergave van joods-christelijke axioma’s en verlichtingsidealen.

Die boeroepers nemen het licht juist weg met hun stijlmiddelen van de provocatie en de daarbij behorende inflatoire hyperbolen, terwijl de man in het midden, de verdediger van de orde, mijmert over een vreedzame stadssamenleving als bijvoorbeeld het Oost-Galicische Lemberg eens was.
Lemberg, dat multinationale en multilinguïstische Habsburgse babylon, die co-existentie van Asjkenazim, Roethenen, Polen, Duitsers, Armeniërs – door en door tolerant uit noodzaak en goede wil, laisser faire opgetuigd met een civilisatorische missie en een architectonisch mozaïek van gotiek, neoclassicisme en art deco.

Nochtans werden de tijden ook toentertijd interessant en viel de stad achtereenvolgens toe aan het gerestaureerde Polen, nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie – haar namen waren Lemberg, Lwów en Lviv, de Polen en Armeniërs waren verdreven en de Joden uitgeroeid.

Hun huizen werden nu bewoond door Oekraïners; enigszins beduusd namen zij die verrukkelijke, lege stad in. Lemberg werd het failliet van de vroegtwintigste-eeuwse multiculturaliteit, alleen zijn begraafplaatsen spreken nog in vele talen.

Wie zullen straks de halflege flatwijken van Amsterdam, Culemborg dan wel Gouda innemen als hun bewoners zijn verjaagd door de dompteurs van de thymotische woede, wier dromen de nachtmerries van de eerste-, tweede- en derdegeneratieallochtonen zijn?

Opzichtig negeren zij die wet van consciëntieus bestuur die door het taoïsme wordt gepostuleerd: regeer de staat zoals je een klein visje bakt (behoedzaam).