Saddam was doodsbang voor Iran

De verdreven en geëxecuteerde Irakese ex-dictator Saddam Hussein wilde in 2002 en 2003 geen openheid geven over zijn massavernietigingswapens omdat hij bang was om zich kwetsbaar te tonen tegenover Irak’s toenmalige aartsvijand Iran. Dit zou verklaren waarom Hussein niet volledig meewerkte aan VN-inspecties. Bovendien was hij minder bang voor een Amerikaanse inval dan dat zijn regime zwak zou overkomen in een vijandige regio.
Deze opzienbarende zaken komen naar voren in vanochtend vrijgegeven FBI-memo’s die verslag doen van verhoren van de Irakese ex-dictator uit 2004. Daarin vertelde hij FBI special agent George Piro dat hij Iran nog altijd als een grote bedreiging voor Irak zag en dat hij daarom van mening was dat Irak op z’n minst de indruk moest wekken dat het zichzelf nog krachtig kon verdedigen.
Uit de verslagen van de FBI, waaruit de Israëlische krant Haaretz citeert, blijkt ook dat Hussein vreesde dat Iran er achter zou komen dat Irak helemaal niet (meer) over massavernietigingswapens beschikte. Daarvoor zou de dictator angstiger zijn geweest dan voor de eventuele consequenties die het negeren van VN-resoluties voor hem zouden hebben.
Hussein schijnt nog meer frappante uitspraken te hebben gedaan tegenover de FBI. Zo sprak hij, over de Iraanse ‘mullahfanatici’, noemde hij Osama bin Laden een zeloot (= fanatiekeling), ontkende hij elke band met de Al Qaeda-leider en zei dat hij Israël schuld had aan alle problemen van de Arabieren.

Bron(nen):   Haaretz