Waarom Al Qaida tot mislukken is gedoemd

Al Qaida heeft weer toegeslagen in Jakarta – met een tiental doden en een hoop chaos als gevolg – maar de aanslag laat ook zien dat het islamitisch terreurnetwerk niets leert. In de 21 jaar van haar bestaan heeft Al Qaida niet beters kunnen bedenken dan het uitoefenen van botte terreur op gemakkelijke doelen. Het is een strategie waar de organisatie politiek gezien niets meer bereikt, ook al omdat de overgrote meerderheid van de moslims deze botte terreur van de hand wijst.
In een mooie analyse in The New Yorker spreekt Steve Coll zijn verbazing uit dat Al Qaida niets leert van organisaties als Hezbollah en Hamas. De laatste twee hebben wel een politieke strategie die gericht is op het veroveren van de macht en het verwerven van steun onder de bevolking. Hezbollah is inmiddels zo sterk dat het drie jaar geleden een langdurige aanval van de Israëlische strijdkrachten kon weerstaan. Dat is een heel verschil met Jemaah Islamiya (de Indonesische tak van Al Qaida) dat vergeleken met enkele jaren geleden politiek is gemarginaliseerd.
Het probleem van Al Qaida is kortom goed beheersbaar en dat moet volgens Cole gevolgen hebben voor de Westerse strategie. Het juist antwoord bestaat uit geduld, waakzaamheid en proportionaliteit. Geduld is verstandig omdat Al Qaida zichzelf aan het vernietigen is. Waakzaamheid omdat de organisatie nog steeds in staat is bloedige terreuracties uit te voeren. De gematigde reactie van India op de aanslagen in Mumbai en de manier waarop de Britten the troubles in Noord-Ierland hebben aangepakt, laten zien dat proportionaliteit verstandig is.

Bron(nen):   The New Yorker