NRC onthult: Arib maakte stelselmatig mensen kapot

Als voorzitter van de Tweede Kamer, maar ook daarvoor als Kamerlid ging Khadija Arib slecht om met mensen aan wie ze leiding gaf. NRC reconstrueert haar bewind en het valt niet mee. "De OR heeft uw gedrag als intimiderend en aanmatigend ervaren,” schrijft de OR al in 2016.

De brief van de OR bevat elementen die terug zullen blijven keren in klachten van medewerkers over Arib, schrijft NRC. De Kamervoorzitter negeert, kleineert en isoleert mensen en bekritiseert hun professionele kwaliteiten.

Bij besprekingen kan Arib ambtenaren vernederen in het bijzijn van collega’s of bezoek van buiten. Ze horen haar dan dingen zeggen als: ‘Jij snapt er echt niets van’. Of: ‘Ik hoef niet te horen wat jij vindt.’ Ze zien hoe ze mensen manipuleert en tegen elkaar opzet. ‘Dit mag je absoluut niet met de griffier bespreken.’ Ze horen haar praten over collega’s: ‘Die is niet capabel.’ Of: ‘Die speelt onder één hoedje met die.’ Ze zien hoe collega’s worden buitengesloten, als Arib ze net voor een vergadering wegstuurt. ‘Jij hoeft hier niet bij te zijn.’ Het komt voor dat ze een stoel laat weghalen om tegen een ongewenste ambtenaar te zeggen: ‘Er is geen plek voor je.’

Een bekend patroon. In de tijd vóór haar voorzitterschap, als Kamerlid voor de PvdA, draait Arib er zoveel ondersteunend personeel doorheen dat de ondernemingsraad van de partij zich uitspreekt tegen haar kandidatuur als fractiesecretaris. Tevergeefs, Arib wordt gekozen.

In 2019 doen twee ondervoorzitters een poging tot mediation tussen Arib en het personeel. Tevergeefs. Arib wil niets weten van haar fouten.

Er verandert pas wat als Arib niet wordt herkozen als voorzitter. Sommige ambtenaren voelen zich pas na het vertrek van Arib vrij om zich te melden bij een bedrijfsarts of een vertrouwenspersoon van de Kamer. Die schrijven begin juni een brief aan Bergkamp, griffier Simone Roos en het hoofd personeelszaken. De boodschap: er zijn serieuze signalen van een sociaal onveilige werkomgeving in de periode 2018-2021. In drieënhalf jaar tijd hebben deskundigen met een beroepsgeheim 23 medewerkers gesproken "met eensluidende klachten over ongewenst gedrag”.