Het einde van Frankrijk

Steeds opnieuw staan er Fransen op die het einde van hun eigen cultuur voorzien. Dat is al 100-den jaren het geval en tot het einde van Frankrijk echt daar is, zal dit verschijnsel nog wel even voortduren.
Laatste profeet van de eigen ondergang: Eric Zemmour, journalist en schrijver. In deze laatste hoedanigheid publiceerde hij vorige maand ‘Mélancolie française,’ een titel die we met uw welnemen niet vertalen. 
Zemmour is in dienst van Le Figaro en er zijn al pogingen ondernomen hem te ontslaan, omdat hij zich nogal lelijk over negers en Arabieren heeft uitgelaten. The New York Times noemt hem de Franse Bill O’Reilly – een Amerikaanse houwdegen – en dat is ongetwijfeld niet als compliment bedoeld.
De schrijver beschouwt de terugval van de Franse taal als een illustratie van het algehele wegzinken van de Franse cultuur en de Franse natie. Met veel teveel imigranten en hun bederfelijke invloeden is Frankrijk als het ware het contact met haar eigen heroische verleden kwijtgeraakt en wat kwam er in de plaats voor die oude glorie? Mensen die het lelijke Engels spreken.
De klacht van Zemmour is al heel oud, want het idee dat Frankrijk het in de wereld moet afleggen tegen andere grote landen bestaat ook al heel erg lang. Er zijn wereldwijd nog 200 miljoen mensen die Frans spreken (waarvan 65 miljoen in Frankrijk zelf) en de kloof met de reusachtige angelsaksische cultuur lijkt onoverbrugbaar. 
200 miljoen wordt dus niet als veel gezien, maar als veel te weinig en deze gemoedstoestand verraadt onuitgesproken nog iets anders: de wens om de wereld te overheersen. 
Omdat ook de Franse staat beducht is voor een rol in de marge, moet een reusachtige (overheids)organisatie ervoor zorgen dat het francophone geluid tot in de uithoeken van de wereld hoorbaar blijft, iets waar we bijvoorbeeld TV5 aan hebben te danken. 
Zeker, Frankrijk gaat ten onder maar tot die tijd wordt er met man en macht aan gewerkt de patient nog enige tijd in leven te houden.

Bron(nen):   The New York Times