In therapie

Daphne Merkin was 10 toen bleek dat ze door onoverkomelijke angsten werd beheerst: ‘s ochtends durfde ze niet naar school en ‘s avonds kon ze niet in slaap vallen – zo regen de dagen zich aaneen. Ze ging naar de psychiater en dat zou zo 45 jaar lang het geval zijn, van de ene dokter naar de andere – op zoek naar heil en verlichting.
In The New York Times schrijft ze haar ervaringen op en dat is een erg lang verhaal geworden. Waarbij de vraag natuurlijk is: was dat ook de moeite waard? Zijn psychiaters de redders in nood die iemand kunnen bevrijden van zijn demonen?
Het antwoord is eigenlijk teleurstellend. Wat zo schrijft Merkin, ik ben er niet eens zeker van dat ik mezelf beter ken dan iemand die nooit bij een psychiater op bezoek is geweest. Wel heb ik me een zekere taal eigen gemaakt, een manier van denken, waarmee ik mijn eigen leven beter kan plaatsen.
Misschien is dat een wat magere uitkomst van een levenslange tocht langs wachtkamers en divans, op zoek naar iemand die je gelukkig kan maken. Waarbij altijd maar de vraag is of die ene therapeut wel de geschikte is, en welke behandelmethode je past en welke juist niet. 
Therapie, zo schrijft ze, ‘gave me a place to say the things I could say nowhere else.’ Wat zoiets waard is, weet alleen degene die het betreft.
Voor de liefhebber: achter de link zit een heel lang verhaal over heel veel therapie.

Bron(nen):   The New York Times