Angst in relaties (deel 2)

Als je je angstig voelt, is het net alsof je voor een oranje knipperlicht staat: ga door, maar wees voorzichtig. Doe niet alsof het een rood licht is dat je immobiliseert, want dat versterkt je angst.

Elk van de strategieën hieronder kun je zien als tegengif voor de fouten die we eerder besproken hebben in Angst in relaties (deel 1).

Strategie 1: Stel vragen in plaats van te veronderstellen en meteen conclusies te trekken.

Door gerichte vragen te stellen, verzamel je betrouwbare gegevens en zul je merken dat je zorgen vaak niet terecht zijn. Ook slecht nieuws is beter dan geen nieuws, omdat het kan leiden tot realistische actieplannen.

Drie hulpmiddelen:

1) Stel open vragen (Wie? Wat? Waar? Hoe? Wanneer?), dan krijg je meer informatie dan met gesloten vragen (die alleen met ja of nee beantwoord kunnen worden).

2) Let ook op je luistervaardigheden. Begin niet meteen met 'Ja, maar ...'. Laat de ander uitpraten en laat de informatie eerst tot je doordringen voor je reageert.

3) Als het antwoord niet duidelijk is of afwijkt van wat je dacht te weten, vraag dan door tot je het antwoord helemaal begrijpt.

Strategie 2: Pak angstwekkende gedachten aan
Het vermijden van problemen verergert je angst. Hoe langer dat duurt, hoe langer je angstig blijft. Een goede manier om je angst aan te pakken is om een ​​lijst te maken van alle gedachten die je angstig maken. Verzamel daarna over iedere gedachte meer informatie door vragen te stellen of informatie op te zoeken. Zo werk je naar een oplossing toe.

Strategie 3: Bewaar je gedachten over de toekomst voor de toekomst. Focus op het heden.
Als je alleen maar aan de toekomst denkt en wat er dan allemaal fout kan gaan, vraag je om problemen. 'Stel dat ...?' Daarover piekeren voorkomt het probleem niet en lost het zeker niet op. Leven in het heden, in het hier-en-nu, is veel beter voor je stemming. Af en toe vooruitblikken en een ​​algemene strategie bedenken om je doelen te bereiken, kan geen kwaad. Maar blijf toch maar het grootste gedeelte van de tijd in het Nu.

Bron(nen):   Psychology Today