“Je kent me niet maar je zat in me. Daarom zijn we hier”

De verkrachtingszaak van de Amerikaanse student en topatleet Brock Turner was de afgelopen week uitgebreid in de media. Hij had dronken een meisje verkracht, dat bewusteloos was, omdat ze eveneens te veel gedronken had. Daarvoor kreeg hij zes maanden cel. Volgens velen veel te weinig, maar volgens de verkrachter zelf, zijn vader en zijn omgeving was de straf juist te hoog.

In de rechtszaal legde het 23-jarige slachtoffer op indrukwekkende wijze uit waarom hij veel langer de cel in had gemoeten. Haar getuigenis wordt massaal gedeeld. Ze maakt duidelijk waarom alcohol nooit een excuus is om iemand te verkrachten.

Hieronder een samenvatting van de brief die ze voorlas aan haar verkrachter:

Je kent me niet, maar je was in me, en daarom zijn we hier vandaag.

Zaterdagavond 17 januari 2015 was een avond als iedere andere. Mijn vader maakte het eten klaar, en ik zat aan tafel bij mijn jongere zus, die dat weekend op bezoek was. Mijn plan was om alleen thuis te blijven, terwijl zij naar een feestje zou gaan. Omdat het onze enige avond samen was, besloot ik om toch naar dat feestje te gaan. Ik liet mezelf gaan en dronk te snel en te veel.

Het volgende wat ik me herinner, is dat ik op een brancard lag ergens in een gang. Er zat opgedroogd bloed en verband op mijn handen en elleboog. Ik dacht dat ik misschien gevallen was en op het secretariaat van de campus was. Ik bleef ijzig kalm, en vroeg me af waar mijn zusje was gebleven. Een hulpagent vertelde toen dat ik aangerand was. Omdat ik ervan overtuigd was dat hij het tegen de verkeerde moest hebben, slaagde ik er nog steeds in de kalmte te bewaren. Toen ik eindelijk naar het toilet mocht, en na de broek die ik van het ziekenhuis had gekregen, ook mijn slipje wilde uittrekken, voelde ik niets. Dat dunne stukje stof, het enige tussen mijn vagina en al de rest, ontbrak – alles werd stil. Mijn hersenen probeerden mijn lichaam ervan te overtuigen om niet te breken. Mijn lijf schreeuwde om hulp.

Het onderzoek duurde enkele uren, en daarna mocht ik een douche nemen. Ik stond onder de waterstraal te staren naar mijn lichaam, en ik besloot: ik wil dit lichaam niet langer. Ik was er doodsbang voor, ik wist niet wat er in was geweest, wie het had aangeraakt. Ik wilde mijn lijf uitdoen als een jas en het in het ziekenhuis achterlaten, samen met al de rest.

Die ochtend kwam ik enkel te weten dat ik gevonden was achter een afvalcontainer, en dat ik wellicht gepenetreerd was door een onbekende. Verder liet men weten dat ik naar huis moest gaan, terug naar mijn normale leven.

Ik was nog niet in staat om mijn vriend of mijn ouders te vertellen dat ik wellicht verkracht was achter een afvalcontainer, maar dat ik niet wist door wie of wanneer of hoe.

Ik probeerde het uit mijn gedachten te bannen, maar het woog zodanig op me dat ik niet kon praten, eten, slapen. Op een dag stuitte ik op een artikel. Ik las het en kwam eindelijk te weten hoe ik buiten bewustzijn was aangetroffen, mijn jurk opgeschort tot boven mijn middel, dat ik poedelnaakt was tot aan mijn laarsjes, dat mijn benen gespreid waren, en dat ik gepenetreerd was met een onbekend object door een onbekende. Toen ik dat artikel las, dacht ik: dit kan ik niet zijn.

De avond na de aanranding zei hij dat hij mijn naam niet kende, dat hij me niet zou herkennen in een line-up. Er was geen sprake geweest van enige conversatie tussen ons, enkel dansen en zoenen. Toen de rechercheur vroeg of hij van plan was geweest me mee te nemen naar zijn studentenhuis, antwoordde hij van niet. Toen de rechercheur hem vroeg hoe we achter de afvalcontainer waren beland, zei hij dat hij dat niet wist. Hij gaf toe dat hij uit was op seks. Ik was de gewonde antilope in de kudde, alleen en kwetsbaar, niet sterk genoeg om me te verdedigen, en hij koos mij. Soms denk ik dat als ik niet was gegaan, het niet was gebeurd. Dan besef ik dat het wel was gebeurd, maar met iemand anders.

Je bent schuldig. Twaalf juryleden bevonden je schuldig aan drie misdrijven, dat is 100 procent, unaniem schuldig. Ik dacht: het is eindelijk voorbij, eindelijk zal hij moeten toegeven wat hij deed. Toen las ik je verklaring. Je snapt het blijkbaar nog steeds niet.

Je zei: “Ik was dronken en kon daardoor niet de beste beslissingen nemen, net als zij.”

Alcohol is geen excuus. Speelt het een rol? Ja. Maar alcohol is niet degene die mijn kleren uittrok, me vingerde, mijn hoofd tegen de grond sleepte, terwijl ik daar bijna volledig naakt lag. Te veel drinken is een domme fout, die ik toegeef, maar het is geen misdaad. Spijt hebben van een glaasje te veel is niet hetzelfde als spijt hebben van een aanranding. We waren allebei dronken, het enige verschil is dat ik je broek en ondergoed niet uittrok en je op ongepaste wijze aanraakte.

Aangezien dit zijn eerste overtreding is, kan ik begrijpen waarom men mild wil zijn. Het is echter zo dat wij, als samenleving, niet iemands eerste aanranding of verkrachting mogen vergeven. Dat Brock een topatleet was op een prestigieuze universiteit moet worden beschouwd als een manier om duidelijk te maken dat aanranding tegen de wet is, ongeacht je sociale klasse.

Brock zal de rest van zijn leven bekendstaan als zedendelinquent. Ook ik zal voor de rest van mijn leven de herinnering aan zijn daden moeten meedragen. Ik hoop dat hij gedurende zijn tijd in de gevangenis de gepaste therapie krijgt. Ik hoop dat hij zijn straf aanvaardt en zichzelf uitdaagt om erna de maatschappij te betreden als een beter mens.

 

Bron(nen):   De Morgen