Van streng gelovig priester naar atheïst: “Armen hebben geen evangelie nodig, maar voedselpakketten”

Priester Anton Mullink (1938) groeide op in een streng katholiek gezin in het Gelderse Vorden. Vroom als hij was, besloot hij naar het seminarie te gaan om priester te worden. Toen viel hij van zijn geloof.

Twijfel
In de Volkskrant doet Mullink zijn verhaal. “De kiem voor twijfel werd gelegd op mijn 22ste. Een docent filosofie op het seminarie zei dat we het scheppingsverhaal niet letterlijk moesten nemen. Voor het eerst werd ik geprikkeld niet alles klakkeloos aan te nemen.” Hij werd gewijd als priester, maar had moeite met de katholieke rituelen. Na een jaar zocht hij een uitweg in de missie. “Maar eenmaal in Pakistan ontdekte ik dat die vooral in het teken stond van de belangen van de kerk zelf: zieltjes winnen.”

Armoede
“Oog in oog met armoede kwam ik tot het inzicht dat de kerk en het geloof irrelevant zijn in het licht van de problemen waarmee de bevolking kampte. Zij had geen evangelie nodig, maar voedselpakketten. Eenmaal terug in Nederland zag ik veel ongerijmdheden: de schepping die niet waar kon zijn, de maagdelijke geboorte van Christus, goed doen om een plaats in de hemel te bemachtigen…”

Goed doen
Hoe meer hij erover nadacht, hoe absurder hij het geloof begon te vinden. “Ik ben atheïst. De waarschijnlijkheid dat God en de hemel bestaan is uitermate gering. Religie steunt op angst voor de dood. De zin van het leven ligt niet in het bereiken van het hiernamaals, maar in het leven hier op aarde. Goed doen heeft niets te maken met een opdracht van hogerhand. Dat komt uit mensen zelf, daar heb je geen geloof voor nodig.”

Hersenspoeling
Hij trad uit als priester. Dat was niet makkelijk. “Ik moest een nieuw leven beginnen. Het veilige, besloten wereldje van de kerk en al mijn sociale contacten raakte ik kwijt. De eerste jaren waren eenzaam.” Maar hij bouwde een nieuw leven op als maatschappelijk werker. “Dat ik mij nu inzet voor de integratie van asielzoekers heeft niets met geloven te maken, maar met hoe ik in het leven sta. Godsdienst heeft geen patent op de moraal. Ik zie religie als een bedenksel van mensen, als hersenspoeling om gelovigen te onderwerpen aan instituties. Er zijn in de loop der tijd al zoveel goden verdwenen, van Zeus tot Wodan, het wordt tijd dat alle goden verdwijnen.”

 

Bron(nen):   De Volkskrant