Doping in Sotsji: megaschandaal of westers complot?

Donderdag onthulde The New York Times dat een groot aantal Russische medailles bij de Winterspelen van 2014 in Sotsji wel eens te danken kunnen zijn aan stimulerende middelen. De krant baseert zich op uitlatingen van Grigori Rodtsjenkov, ex-directeur van het belangrijkste Russische anti-dopinglaboratorium. Hij vertelt de krant hoe in de aanloop naar de Spelen in Sotsji ’s nachts urinemonsters werden omgewisseld zodat de topsporters schoon uit de test kwamen. Ook de Russische inlichtingendienst FSB zou erbij betrokken zijn geweest. Zou waar kunnen zijn. Maar volgens het Kremlin is het een westers complot gesmeed door een verrader. „Laster van een overloper”, zei de perssecretaris van president Vladimir Poetin over de aantijgingen. „Bedenkingen van een man die zelf gegriefd is. Een gebelgd mens kan van alles zeggen”. „We hoeven ons nergens voor te verontschuldigen. Er bestond geen dopingprogramma”, voegt minister van sport Joeri Nagornych daaraan toe. Het Kremlin heeft inmiddels laten uitlekken (of verzonnen) dat Rodtsjenkov tot maart 2012 enkele keren zou zijn opgenomen in een psychiatrische inrichting wegens een „schizotypische persoonlijkheidsstoornis”.