Het stookseizoen is begonnen en in veel huizen speelt hetzelfde ritueel. Wijzer te laag, vulslang erop, kraantje open, klaar. Wie dat één of twee keer per jaar doet, hoeft zich geen zorgen te maken.
Maar wie elke paar weken met die slang staat, lost niets op. Sterker: juist dat vaste ritueel kan de schade vergroten.
Waar de wijzer hoort te staan
Bij de meeste ketels hoort de waterdruk in koude toestand tussen 1,5 en 2 bar te staan. Sommige fabrikanten hanteren een iets ruimere marge, dus de handleiding van je eigen ketel is leidend. Een installatie over meerdere verdiepingen heeft soms een hogere druk nodig.
Tijdens het stoken loopt de druk wat op; dat is normaal. Zakt hij te ver, dan schakelt de ketel zichzelf uit en blijven de radiatoren koud.
Een beetje zakken is normaal
Een cv-installatie is een gesloten systeem, maar verliest in de loop van de tijd toch wat druk, bijvoorbeeld na het ontluchten van de radiatoren. Een goed werkende installatie hoef je hooguit één à twee keer per jaar bij te vullen.
Een goed werkende installatie hoef je hooguit één à twee keer per jaar bij te vullen.
Wanneer het een signaal wordt
Moet je vaker bijvullen, dan verdwijnt er ergens water. De gebruikelijke verdachten:
- Een lek in een radiator, leiding of koppeling. Dat zie je niet altijd: op een moeilijk bereikbare plek kan het lang duren voordat je iets merkt.
- Een defect expansievat. Dat vat vangt het uitzetten en krimpen van het warme cv-water op. Scheurt het rubber membraan erin, dan loopt het vol met water en werkt het niet meer.
- Een lekkende veiligheidsklep, die ongemerkt water loost.
De verklikker zit op de meter
Een kapot expansievat verraadt zich vaak aan een herkenbaar patroon. Koud staat de druk opvallend laag, tijdens het stoken schiet hij fors omhoog. Bereikt de druk zo'n 3 bar, dan gaat het overstortventiel open en loopt er water weg via de afvoer onder de ketel.
Na afkoeling staat de wijzer nog lager dan eerst. Wie dan bijvult, begint de cirkel opnieuw.
Waarom blijven bijvullen averechts werkt
Elke vulbeurt brengt vers leidingwater in het systeem, en daarmee opnieuw zuurstof en kalk. Zuurstof werkt corrosie aan de binnenkant van radiatoren en leidingen in de hand, kalk kan zich afzetten. Ongecontroleerd bijvullen is dus precies wat je wilt vermijden.
Wie elke paar weken bijvult, stelt een reparatie uit en voedt intussen de slijtage.
Zo pak je het goed aan
- Vul alleen bij als de installatie is afgekoeld. Zet de thermostaat laag en wacht tot de radiatoren koud aanvoelen.
- Vul de vulslang eerst met water, zodat je geen lucht in het systeem duwt.
- Vul rustig bij tot de druk uit je handleiding, meestal 1,5 tot 2 bar, en draai daarna alle kranen goed dicht.
- Ontlucht de radiatoren en controleer de druk opnieuw. Die kan weer zakken.
- Noteer datum en stand. Zakt de druk binnen enkele weken weer? Zoek naar natte plekken bij radiatoren, koppelingen en onder de ketel, en schakel een installateur in.
De druk controleren en bijvullen mag je zelf. Ander werk aan de ketel hoort bij een erkend installateur.
De drukmeter in vier standen
- Koud 1,5 tot 2 bar: in orde (check je handleiding).
- Koud onder de marge uit je handleiding: bijvullen.
- Warm hoger dan koud: normaal, tot ongeveer 2,5 bar.
- Na bijvullen binnen weken weer laag, of sterk schommelend tussen koud en warm: laten nakijken.
Een drukmeter is geen versiering op de ketel. Wie hem een paar keer per jaar afleest, ziet een probleem vaak al aankomen voordat het huis koud blijft.
Meer weten?