De film waar Facebook (terecht) bang voor is

Mark Zuckerberg, 26 jaar, leidt het grootste sociale netwerk ter wereld. Facebook heeft ruim een half miljard leden en de waarde ervan wordt op 33,7 miljard dollar geschat. Maar zelf heeft Zuckerberg nauwelijks een vriend over die hij niet heeft verraden. Dat blijkt uit de film The Social Network, sinds gisteren in de Amerikaanse bioscoop en vanaf 28 oktober in Nederland te zien.

De film kan Facebook flink wat schade berokkenen. In het hoofd-kwartier van Facebook hoopten ze daarom op een flop. Helaas voor Zuckerberg: The Social Network van David Fincher (van Fight Club enThe Curious Case of Benjamin Button) blijkt een prikkelende, intelligent geconstrueerde film met een potentiële Oscar voor hoofdrolspeler Jesse Eisenberg. De Amerikaanse critici zijn enthousiast en de film heeft een grote fanschare: de leden van Facebook die nieuwsgierig zijn naar de man achter de schermen.

Zuckerberg voorspelde dat de film de opkomst van Facebook zou opblazen tot een spektakel van studentenseks en wilde feesten, maar The social network blijft dicht bij de bron: de bestseller The Accidental Billionaires, gebaseerd op herinneringen van rivalen en medeoprichters van Facebook.

Minpunt is dat The social network zich nogal wat artistieke vrijheden veroorlooft omtrent Zuckerberg’s drijfveren. Die zouden een mix zijn van gefrustreerde seksuele geldingsdrang en rancune van de joodse outsider die afgewezen werd door de Angelsaksische elite van Harvard. Om dit clichébeeld aannemelijk te maken, wordt her en der wat weggelaten. Zo past het bv. niet in het beeld van de half-autistische, arrogante eenzaat dat Zuckerberg al jaren samenwoont met zijn vriendin van Harvard, Priscilla Chang. Dus blijft zij buiten beeld.

Negeren kan Facebook de film niet. Dus kwam Zuckerberg deze week met een ouderwets charmeoffensief. Hij verscheen in de talkshow van Oprah Winfrey om honderd miljoen dollar te doneren aan een onderwijsproject en liet camera’s toe in zijn bescheiden huurwoning in Palo Alto, Californië.

Bron(nen):   Het Nieuwsblad