Er is een nieuwe theorie waarom Da Vinci de Mona Lisa niet kon afmaken

In zijn laatste vijf levensjaren was Leonardo Da Vinci niet meer in staat om goed te schilderen. Lang was het een raadsel waarom. Italiaanse specialisten komen nu met een nieuwe theorie: een zenuwaandoening, opgelopen na een val, zou de reden zijn dat de kunstenaar zijn penseel niet meer goed kon vasthouden.

Da Vinci schreef en tekende links, maar gebruikte zijn rechterhand om te schilderen. De laatste jaren van zijn leven lukte dat niet meer helemaal, waardoor hij onder meer de Mona Lisa niet kon afmaken. Lang gingen deskundigen er vanuit dat een verlamming aan zijn hand na een zware hartaanval de oorzaak was.

Maar nu is er dus de theorie van de zenuwaandoening. Die baseren de specialisten met name op een schets van de onbekende Lombardische kunstenaar Giovanni Ambrogio Figino. Daarop is te zien dat de rechter arm van ‘s werelds bekendste homo universalis grotendeels verborgen zit in zijn kleding.

Zijn hand is deels zichtbaar en staat in een verstijfde, samengetrokken positie. Da Vinci zou een zogenoemde klauwhand hebben. Daarbij staat de hand in de vorm van een klauw als gevolg van een beknelde zenuw.

“Door een val liep Da Vinci letsel op aan de nervus ulnaris (elleboogzenuw), die loopt van de schouder naar de pink. Bij een beroerte zou zijn hele vuist gebald geweest zijn, en dat is hier niet het geval”, leggen de onderzoekers uit.