Lidstaten laten miljarden meer EU-geld liggen

Ruim 280 miljard euro aan EU-geld lag eind vorig jaar op de plank, terwijl het in 2017 nog 267 miljard was. Dat blijkt uit het jaarverslag van de Europese Rekenkamer. De ramingen voor komende jaren overstijgen de 300 miljard. Dat ongeveer twee keer de jaarbegroting van de EU is blijven liggen, komt door een "zorgwekkende zwakheid" in het systeem: geld zoekt project, zegt Alex Brenninkmeijer, het Nederlandse lid van de rekenkamer.

Een van de redenen is dat lidstaten in vooral Oost-Europa hun bijdrage aan grote langlopende projecten uitstellen, waardoor de EU-subsidie niet 'loskomt’. Volgens Brenninkmeijer tast dit "regionale probleem" de geloofwaardigheid van het systeem aan. "Het bedrag is enorm opgelopen in de loop der jaren." Landen hebben drie jaar de tijd om goedgekeurde projectuitgaven te doen. Het geld wordt uiteindelijk vaak alsnog uitgegeven of afgeboekt.

De controleurs geven evenwel voor het derde jaar op rij goedkeuring aan het Europese huishoudboekje. Het percentage onregelmatigheden was met 2,6 iets hoger dan in 2017. In 2014 was dat nog 4,4 procent.

Uit een steekproef van zevenhonderd transacties werden negen vermoedelijke fraudegevallen doorgestuurd naar het EU-bureau voor fraudebestrijding OLAF, waarvan er twee nader worden onderzocht. Het gaat bijvoorbeeld om geld voor een motorcrossbaan op een landbouwterrein. "Mijn indruk is dat het met de fraude best wel meevalt", aldus Brenninkmeijer. Maar er is ook verspilling. Als voorbeeld van ondoelmatige uitgaven noemt hij een Spaanse haven die deels met EU-geld is aangelegd, maar waar geen schepen komen. "Van sommige projecten krijg je kippenvel."

De EU-begroting bedraagt 1 procent van het nationale inkomen van de 28 lidstaten samen. De rekenkamer gaf tot 2017 22 jaar lang onafgebroken een 'negatieve verklaring’ af. In 2018 gaven de gecontroleerde rekeningen een "getrouw beeld" van de ruim 156 miljard euro aan uitgaven, is de conclusie.

Bij de uitgaven aan onderzoek halveerde het foutenpercentage, maar bij de zogeheten cohesiefondsen (voor ontwikkeling) ging het juist vaker mis, vooral bij de kostendeclaraties. Daarover wordt "een zeer stevig gesprek gevoerd met de Europese Commissie, aldus Brenninkmeijer. Hij hoopt later dit jaar te worden benoemd voor een nieuwe termijn van zes jaar.