Leidt een zware recessie echt tot zoveel extra sterfgevallen?

Het is een veelgehoord argument om de lockdown op te heffen: als gevolg van een zware recessie sterven er misschien wel meer mensen dan door het coronavirus zelf. Maar is dat wel zo? Peter de Waard legt in de Volkskrant uit hoe het zit.

Tijdens de recessie zelf kan het sterftecijfer juist dalen, legt de columnist uit. Dat gebeurde bijvoorbeeld tijdens de Grote Depressie in de jaren dertig. Het aantal mensen dat overleed, was in de VS nog nooit zo laag als tussen 1929 en 1932. Alleen het aantal zelfmoorden nam toe, maar er waren minder hartziektes, longontstekingen, verkeersongelukken, griep- en tbc-doden, zo valt te lezen in het gerenommeerde wetenschappelijke vakblad Nature.

Hetzelfde patroon was te zien tijdens de recessie van 2008 tot 2010. Uit een onderzoek dat in Journal of Epidemiology and Community Health verscheen, blijkt dat het sterftecijfer onder ouderen en mensen van middelbare leeftijd daalt in periodes van hoge werkloosheid. De onderzoekers vergeleken sterftecijfers van 19 landen voor de leeftijdscategorieën 40-44 en 70-74 jaar. In tijden van krimp stierven er minder mensen dan in jaren van harde groei.

Mogelijke verklaringen liggen voor de hand: minder stress, minder verkeersdoden en minder milieuvervuiling. Wellicht zorgen mensen in tijden van recessie ook iets beter voor elkaar, oppert De Waard.

Maar hij waarschuwt ook: De gemiddelde levensverwachting is sinds 1960 met 20 jaar gestegen. In Afrika worden mensen sinds 2000 zo’n 10 jaar ouder. De wereldwijd fors gestegen levensverwachting komt door betere hygiëne, betere zorg en efficiëntere landbouw, aldus De Waard. Meer welvaart leidt tot meer gezondheid en uiteindelijk is een recessie dus slecht voor de levensverwachting.