Groeten uit Vladivostok

Er waren tijden dat de handelaren in auto’s in Vladivostok geen interesse hadden in de politiek. Maar toen de regering in Moskou de financiële crisis aangreep om de import van tweedehands wagens uit Japan te belasten, werden ze kwaad. En gingen ze de straat op.
De afgelopen maanden liepen duizenden mensen mee in demonstraties in het verre oosten van Rusland en dat was alarmerend genoeg voor het Kremlin om de oproerpolitie erop af te sturen. Er vielen klappen, sommigen werden gearresteerd en weer anderen zouden door de geheime dienst zijn gebeld met de dreigende boodschap: stop hiermee, want anders…
De oproer is het werk van geheime agenten, zo beweert het Kremlin. Maar achter de schermen leeft de zorg dat dit protest tegen een simpele belasting het begin is van een oproer die makkelijk kan overslaan naar andere delen van de bevolking. Met als gemeenschappelijke grief: het optreden van de regering-Putin inzake de crisis.
In betere tijden kon de overheid nog rekenen op steun onder de bevolking. Maar nu de economie krimpt, neemt het gemor toe en het verre oosten is vanouds een bron van zorg voor de centrale regering. Vaker al bleek deze regio minder gezagsgetrouw dan gewenst, ook vanwege de enorme afstand tot de hoofdstad. En nu op een oude geïmporteerde Honda of Toyota dertig procent belasting wordt geheven, zijn de autohandelaren in Vladivostok boos, heel boos.

Bron(nen):   The New York Times