De meeste mensen schuiven hun
pensioen voor zich uit, tot het bijna zover is. Dan blijkt ineens dat er gaten zitten, dat de
AOW-leeftijd hoger is dan gedacht of dat er ergens nog een vergeten pensioenpotje staat. Met een paar eenvoudige checks kun je dat voorkomen.
De drie pijlers van je pensioen
In Nederland is je pensioen opgebouwd uit drie pijlers: overheid, werkgever en wat je zelf regelt. Ze vullen elkaar aan.
| Pijler | Bron | Wat het is |
| 1e pijler | Overheid | AOW: basisinkomen vanaf je AOW-leeftijd. |
| 2e pijler | Werkgever | Pensioen dat je via je werk opbouwt bij fonds of verzekeraar. |
| 3e pijler | Zelf | Aanvullend sparen/beleggen of lijfrente als je zelf extra regelt. |
De
AOW is het wettelijke basispensioen dat iedereen die in Nederland woont of werkt automatisch opbouwt. Daarbovenop komt (als je geluk hebt) pensioen via je werkgever en wat je zelf extra opzijzet.
Je logt in met DigiD en in twee minuten weet je alles.
Een handige vuistregel is dat veel mensen genoeg hebben aan ongeveer
70% van hun laatstverdiende bruto-inkomen, al blijft dat natuurlijk persoonlijk. Wat je straks écht krijgt, zie je op
mijnpensioenoverzicht.nl: daar staat je AOW én alle pensioenrechten die je bij werkgevers hebt opgebouwd overzichtelijk bij elkaar. Je logt in met DigiD en in twee minuten weet je alles.
Belangrijke factoren die je uiteindelijke pensioen bepalen zijn onder andere je pensioengevend salaris, de AOW-franchise (het deel waarover je geen pensioen opbouwt, omdat je daar later AOW voor krijgt) en het aantal jaren dat je in Nederland hebt gewoond of gewerkt.
Wanneer mag (of moet) je stoppen?
Je AOW krijg je vanaf je officiële AOW-leeftijd, die gekoppeld is aan de levensverwachting en nu rond de 67 jaar ligt en nog kan stijgen. Veel pensioenregelingen gaan standaard uit van een pensioendatum van rond de 68 jaar, maar je kunt meestal eerder of later met pensioen gaan
Eerder stoppen betekent dat je minder lang opbouwt en dat het opgebouwde bedrag over meer jaren moet worden uitgesmeerd, waardoor je maandbedrag lager wordt. Later stoppen werkt andersom: je bouwt langer op en verdeelt het
geld over minder jaren, waardoor je uitkering hoger kan uitvallen.
Wat verandert er in het nieuwe pensioenstelsel?
Sinds 1 juli 2023 gelden nieuwe regels voor pensioen, en uiterlijk 1 januari 2028 moeten alle pensioenregelingen via werkgevers daarop zijn aangepast. De kern: je houdt levenslang een pensioenuitkering, maar de manier waarop het bedrag wordt berekend verandert en wordt directer gekoppeld aan het beleggingsresultaat van jouw pensioenpot.
Risico’s en mee- én tegenvallers worden nog steeds samen gedeeld zodat het geld niet op is als je heel oud wordt, maar de uitkering kan wel wat meer meebewegen met de economie. Je pensioenfonds of -verzekeraar is verplicht je te informeren over wat dit voor jou persoonlijk betekent.
Wat moet je nu zelf doen?
Met een paar acties krijg je grip en voorkom je een pensioengat.
- Log minstens één keer per jaar in op mijnpensioenoverzicht.nl om je totale AOW en pensioenopbouw te checken.
- Bepaal globaal hoeveel inkomen je nodig hebt na pensionering, eventueel met de richtlijn van 70% van je laatste inkomen als startpunt.
- Kijk bij je werkgever of er wel pensioen wordt opgebouwd en hoe hoog de premie en opbouw zijn; niet elke sector heeft een pensioenregeling.
- Overweeg extra te sparen of te beleggen als blijkt dat je een pensioentekort hebt, bijvoorbeeld via individuele producten of gewoon via een eigen spaar- of beleggingsrekening.
- Let op periodes in het buitenland of als zelfstandige, omdat je dan vaak minder AOW en geen of minder werkgeverspensioen opbouwt.
Een praktisch voorbeeld: stel dat je 45 bent, een modaal salaris verdient en al bij meerdere werkgevers hebt gewerkt. Dan zie je op mijnpensioenoverzicht.nl in één oogopslag welke pensioenpotjes waar staan, hoeveel AOW je opbouwt en of er een gat is tussen wat je straks krijgt en wat je nodig denkt te hebben.