"Banken zijn te groot voor G-20"

Het is een illusie te denken dat de G-20 het toezicht op het internationale bankwezen serieus kan verbeteren zolang de banken zo groot en machtig blijven als nu. Dat de groei van het bankwezen uit de hand is gelopen, is een stelling die vandaag uit onverwachte hoek komt, namelijk van de medewerkers van Margaret Thatcher, die in de jaren tachtig met een ‘Big Bang’ heel veel regelgeving aan de kant zetten. Die ingrijpende liberalisering zorgde ervoor dat Londen zijn status wist te behouden als een van de financiele centra van de wereld, en strekte andere landen tot voorbeeld. Niet in de laatste plaats het kleine Nederland, dat met ING, ABN Amro, Fortis en de Rabobank de beschikking kreeg over vier banken van wereldformaat.
"Het idee dat de banken zo groot en opgezwollen zouden worden als is gebeurd, is totaal onverwacht," zegt Nigel Lawson in The Wall Street Journal. Lawson was minister van financiën onder Thatcher. "Ze zijn zo groot en machtig geworden dat bijna niemand het zich kan permiteren vraagtekens te zetten bij hun activiteiten," aldus Cecil Parkinson, de voormalige minister van handel en industrie. Ook het management van de banken kan volgens beiden de eigen activiteiten niet meer goed overzien.
De oplossing die Lawson en Parkinson bepleiten is de banken weer op te breken in verschillende onderdelen, en in ieder geval een hoge muur op te trekken tussen enerzijds traditionele banken die spaargeld in bewaring nemen en weer uitlenen en anderzijds banken die grotere risico’s nemen door actief te beleggen en te investeren.

Bron(nen):   The Wall Street Journal