Koopjes op Amerikaanse huizenmarkt

Als er geen kopers zijn, moet de prijs naar beneden. Dat is een oude wet op de huizenmarkt, maar die wet wordt nu wel heel drastisch toegepast.
In Greenwich, Connecticut, is de vraagprijs van een buitenhuis met vijftig miljoen dollar gezakt. Voor het object werd aanvankelijk 125 miljoen dollar gevraagd, maar dat bleek aan de hoge kant. Nu is de vraagprijs 75 miljoen.
Het is een oud manoir, tot voor kort eigendom van Leona Helmsley. Helmsley was hotelmagnaat annex miljardair en maakte faam als een feeks (Queen of Mean) die haar imperium met harde hand bestierde – een soort Van der Valk, maar dan een paar maten groter.
Nu Helmsley helaas niet meer onder ons is (in 2007 gestorven), is haar landgoed te koop. Het domein behelst ondermeer twee zwembaden, dertien slaapkamers (zes voor bedienden) en een zilveren toilet.
Een terugval van de prijs met vijftig miljoen dollar is nog niet eerder vertoond. Donald Trump verkocht laatst zijn huis in Palm Beach voor 95 miljoen (aanvankelijke vraagprijs: 125miljoen) en zakte slechts dertig miljoen dollar.
Hopelijk vinden de erven-Helmsley nu een koper en dan nog zijn ze niet slecht af. Want in 1980 kocht Helmsley het buitenhuis voor slechts elf miljoen dollar.

Bron(nen):   The Wall Street Journal