"Ik voorspelde de financiële crisis van 2008: nu ziet het er nog gevaarlijk uit"

Economie
maandag, 16 maart 2026 om 15:14
bijgewerkt om maandag, 16 maart 2026 om 15:16
generated-image (4)
De man die de kredietcrisis van 2008 zag aankomen, slaat opnieuw alarm. Volgens hem dreigt nu een nóg gevaarlijkere systeemschok, waarin private credit, de AI‑hype en geopolitieke spanningen rond Iran en Taiwan in één kwetsbaar web samenkomen. Dit keer raakt volgens Richard Bookstaber een crisis niet alleen Wall Street, maar direct onze economie, banen en pensioenen.
“Wat nu als losse risico’s voelt – private credit, AI, Iran en Taiwan – is in werkelijkheid één systeem dat bij een schok veel harder kan breken dan in 2008.”

Een ondoorzichtige schuldenberg buiten de banken om

Na de crash van 2008 moesten grote banken hun balansen opschonen en strengere regels slikken. De kredietverlening verschoof daardoor naar een snelgroeiende maar minder zichtbare hoek: private credit, een markt van inmiddels grofweg 2.000 miljard dollar aan leningen aan bedrijven buiten de beurs om. Het klinkt onschuldig – pensioenfondsen en verzekeraars die rechtstreeks geld uitlenen aan bedrijven – maar juist in deze schaduwhoek is de transparantie laag en is het onduidelijk wat er gebeurt als beleggers massaal richting uitgang rennen.
Wat is 'private credit'

Private credit is geld dat beleggers rechtstreeks uitlenen aan bedrijven, buiten de beurs en de gewone banken om. Het gaat vaak om niet‑beursgenoteerde, middelgrote bedrijven. De leningen zijn slecht verhandelbaar en waarderingen zijn minder transparant, waardoor risico’s in rustige tijden onzichtbaar blijven, maar in een crisis juist snel kunnen escaleren.

In rustiger tijden is dat geen probleem: leningen worden niet dagelijks verhandeld, waarderingen bewegen traag mee, iedereen is tevreden met het gestage rendement. Maar in een panieksituatie veranderen die voordelen in risico’s. Beleggers kunnen er niet zomaar uit, managers moeten ergens liquiditeit vandaan halen en dus verkopen ze wat wél snel van de hand kan: grote, liquide aandelen, vaak de bekende techreuzen. Zo kan stress in een vergeten hoek van de kredietmarkt zich razendsnel vertalen in scherpe dalingen op de beurs.

AI‑hype, megatech en ons pensioen in één risicobubbel

Tegelijk is de huidige AI‑hausse gebouwd op een zeer smal fundament. Een handvol megabedrijven – de bekende Big Tech‑namen – domineren de beursindices én de AI‑investeringen. Ze bouwen gigantische datacenters, leggen stroomslurpende infrastructuur aan en kopen met miljarden geavanceerde chips in. Een aanzienlijk deel van die infrastructuur wordt mede gevoed door private credit: leningen buiten het traditionele bankensysteem, gericht op software, cloud en AI‑gerelateerde projecten.
Daardoor raken verschillende kwetsbare punten aan elkaar verknoopt. Als de AI‑verwachtingen tegenvallen, winsten achterblijven of de rente langer hoog blijft, krijgen juist die techreuzen een dreun. Dat ondermijnt niet alleen de beurs, maar ook de waarde van onze pensioenpotten, die zwaar leunen op deze namen. Tegelijkertijd kan stress in private credit terugkaatsen op de AI‑sector: projecten worden duurder gefinancierd of helemaal stilgezet. Zo kan één schok – een plotselinge correctie in AI‑aandelen, problemen bij een grote kredietfonds, een reeks faillissementen in software – door het hele systeem golven.

Iran en Taiwan: geopolitiek als lont in het kruitvat

Daarbovenop komt geopolitiek. Iran is een energiespeler én een factor van instabiliteit in het Midden‑Oosten. Escalatie – in de Straat van Hormuz of via proxy‑conflicten – kan olie‑ en gasprijzen snel opjagen. Hogere energieprijzen betekenen duurdere elektriciteit, en dat raakt precies de basis van de AI‑boom: datacenters verbruiken enorme hoeveelheden stroom. Als de kosten exploderen, worden AI‑projecten minder rendabel, dalen winsten en groeit de twijfel of de huidige waarderingen wel houdbaar zijn.
Taiwan vormt een tweede breekpunt. Het eiland is cruciaal in de productie van geavanceerde chips, de ruggengraat van moderne technologie en AI. Een Chinese blokkade of invasie zou die toevoer abrupt verstoren. Dan wordt AI niet alleen duurder, maar fysiek moeilijker te ontwikkelen: chips worden schaars, projecten lopen vertraging op en waarderingen van de leidende AI‑bedrijven komen onder druk. Daarmee wordt geopolitiek – normaal iets voor de buitenlandpagina’s – ineens een directe financiële risicofactor.

Waarom dit erger kan worden dan 2008

In 2008 lag de kern van de ellende bij complexe financiële producten rond Amerikaanse hypotheken. De schade was enorm, maar speelde zich in eerste instantie af binnen het financiële systeem zelf: pakketten van leningen, bankenbalansen, interbancaire financiering. Nu verschuift de kwetsbaarheid naar de aansluiting tussen geld en de “echte” wereld: stroomnetten, datacenters, wereldwijde supply chains, geopolitieke chokepoints.
Toezichthouders en beleggers vertrouwen nog steeds sterk op modellen die naar prijzen, volatiliteit en correlaties kijken. Die zien pas iets als de paniek al in de koersen zit. Ze zien niet de stroomstoring die een datacenter platlegt, niet de blokkade van een zeeroute, niet de regenval of droogte die een fabriek tot stilstand brengt. Tegen de tijd dat zulke fysieke schokken in marktdata doorsijpelen, is het systeem al in beweging. Dan gebeurt wat we eerder zagen: beleggers dumpen wat ze kunnen dumpen – de grote, makkelijk verhandelbare aandelen – en jagen zo zelf de crisis verder aan.
loading

Loading