Economische theorie ondergaat revolutie

De kredietcrisis heeft ook de economische theorie op zijn kop gezet. Plotseling is er volop aandacht voor economen die tot voor kort een marginale rol speelden, maar die nu handvaten bieden om economische modellen aan te passen. "We staan aan de vooravond van een paradigma-verschuiving," zegt een centrale bankier in The Wall Street Journal.
De Amerikaanse krant brengt een fascinerend verhaal over de zoektocht naar het nieuwe paradigma. Cruciaal is het besef dat de bestaande modellen de crisis niet konden voorspellen omdat ze ervan uitgingen dat financiële markten efficiënt functioneren. Decennia lang werd de rentevoet gezien als het cruciale instrument om de geldhoeveelheid te bepalen en de kredietverlening te sturen. Dat bleek in de praktijk een illusie.
In een nieuw model zal een veel grotere rol zijn weggelegd voor het onderpand waarop leningen zijn gebaseerd en de kapitaalbuffers die banken en andere financiële instellingen aanhouden als ze geld uitlenen. Omdat financiële instellingen steeds op zoek waren naar nieuwe financiële producten, rekten ze de mogelijkheden steeds verder op. De ene lening diende als zekerheid voor de andere lening. De leverage – het percentage eigen vermogen tegenover vreemd vermogen – werd ook aangepast om meer uit te kunnen lenen. Op het moment dat de onzekerheid toesloeg, haalden investeerder hun normen aan (meer zekerheden, minder leverage) met een neerwaartse spiraal als gevolg.
Een opvallende vertegenwoordiger van de nieuwe theoretici is John Geanakoplos van de Yale University, die nu plots een veel gevraagd spreker is op bijeenkomsten van centrale bankiers. De econoom vertelt aan The Wall Street Journal dat hij zijn inzichten voor een belangrijk deel dankt aan Shakepeare’s boek The Merchant of Venice, waar de woekeraar Shylock een luguber onderpand eist. Hij wil een pond vlees snijden uit het lichaam van een zekere Antonio als deze de lening niet kan terugbetalen.

Bron(nen):   The Wall Street Journal