Steeds meer diepzeeboringen

De ramp in de Golf van Mexico kan het tij niet keren: er is sprake van een boom in het op grote diepte boren naar olie onder de zeebodem. Steeds vaker worden reusachtige booreilanden gebouwd die olie winnen op grote diepte.
De eerste boringen op zee, zo’n 40 jaar geleden, haalden olie op die op zeer geringe diepte was aangetroffen, inmiddels is dat veranderd in enkele kilometers. Dankzij de techniek van het winnen zijn er nu vindplaatsen interessant geworden, waarvan vroeger werd gedacht dat ze nooit zouden worden geëxploiteerd.
Voor de kust van Brazilië, voor de kust van Ghana, de Golf van Mexico, de Noordpool, Australië; overal ter wereld zijn nieuwe vindplaatsen bekend waar offshore olievoorraden liggen. Het zoeken naar olie in diepe zee is lucratief voor bedrijven als Exxon, BP en Shell. Zo raakt de balans weer wat in evenwicht en zijn het niet langer door dictators geleide staten zoals Rusland, Saoedi-Arabië, Iran en Venezuela die het op de oliemarkt voor het zeggen hebben. Bovendien is het goed (ook voor de prijs) als het oliekartel diverser wordt en minder overzichtelijk. 
Ook wordt de totale voorraad te winnen olie opeens groter als plekken die eerder werden gezien als ontoegankelijk nu opeens wel olie blijken te kunnen leveren. 
Een ongeluk als met de Deepwater Horizon is natuurlijk vervelend en leidt tot overlast en lokaal tot een natuurramp, maar zoiets kan de opmars van de grote booreilanden niet stuiten. 
De olieproducenten en wij, de olieconsumenten, hebben geen keus, en er zullen in diepe zee dan ook nog veel meer boortorens verschijnen die op duizenden meters diep heel veel olie gaan winnen.

Bron(nen):   Neue Zürcher Zeitung