Dollar valt steeds dieper en Europa wordt bang

De val van de dollar lijkt niet meer te stuiten, zelfs niet ten opzichte van de zieke Euro. Vrijdag stabiliseerde de koers van de euro zich op 1,40 dollar, maar dat kan oplopen tot 1,45 of zelfs 1,47 dollar in de komende weken. De euro zou zich dan weer op het niveau bevinden van voor het begin van de Griekse crisis in november 2009. En de Chinese yuan is gekoppeld aan de dollar, dus Chinese goederen worden in Europa ook steeds goedkoper.   Dat ligt allemaal niet aan Europa. Maar aan Amerika. Alles lijkt beter dan de dollar. Goud, of desnoods euro’s.
Ook Japan voelt zich hierdoor bedreigd. Het land dreigt de concurrentieslag te verliezen met China en andere Aziatische landen die de koersen van hun nationale munt drukken, zoals Singapore en Zuid-Korea. De Japanse minister van Financiën Yoshihiko Noda riep vrijdag de G20-landen op beter samen te werken op de financiële markten. Zij komen toevallig volgende week bijeen in Zuid-Korea,
op dit moment voorzitter van de G20 en een van de landen die zijn munt naar beneden manipuleert.   Japan kreeg vrijdag een veeg uit de pan van China nadat het land de grote buur had opgeroepen de wisselkoers van de yuan flexibeler te maken. Een woordvoerder van het Chinese ministerie van Handel sprak van een ‘onredelijk verzoek’. Zuid-Korea reageerde donderdag in dezelfde bewoordingen na Japanse kritiek op het Koreaanse valutabeleid.   Op de grafiek valt te zien welke munten het meeste stegen ten opzichte van de dollar en yuan.

 

Bron(nen):   Volkskrant