EU verbruikte 20 procent minder gas dan in afgelopen jaren

De Europese Unie heeft van augustus tot en met november ruim 20 procent minder aardgas verbruikt dan het gemiddelde voor die periode van de voorgaande jaren. De 27 lidstaten spraken na de Russische inval in Oekraïne af om hun gasverbruik met zeker 15 procent te verminderen om een acuut tekort aan de brand- en grondstof te voorkomen.

Nederland voldeed ruimschoots aan die doelstelling en verminderde het verbruik met ongeveer een derde. Het meest bespaarde Finland, waar huishoudens en bedrijven ruim de helft minder gas gebruikten dan het gemiddelde tussen 2017 en 2021. Na de Finnen waren de Letten en Litouwers de grootste bespaarders, met bezuinigingen van respectievelijk 43 en bijna 42 procent.

Twee landen van de EU, Malta en Slowakije, verbruikten de afgelopen maanden juist meer gas dan in de voorbije jaren. Zes andere lidstaten minderden hun gasverbruik wel, maar haalden de doelstelling van 15 procent niet.

Situatie voor oorlog

Voordat de oorlog in Oekraïne begon was Europa voor een groot deel van zijn gas afhankelijk van Rusland. Maar het Kremlin zette gasleveringen steeds meer als drukmiddel in vanwege de Europese steun voor de Oekraïners. Voordat explosies de gaspijpleiding Nord Stream 1 onbruikbaar maakten, had staatsgasconcern Gazprom deze belangrijke leiding naar Duitsland al afgesloten. Formeel gebeurde dat vanwege technische problemen die zouden zijn ontstaan door westerse exportverboden tegen Rusland.

De besparing moet voorkomen dat bijvoorbeeld ziekenhuizen of andere belangrijke instellingen ineens zonder gas komen te zitten als er geen Russisch gas meer binnenkomt. Om diezelfde reden spraken lidstaten een minimale vulgraad voor gasopslagen af.