Poolse werknemers gaan terug: het is daar beter dan hier

Tuinders hebben werknemers uit Oost-Europa nodig om bollen te pellen, aardbeien te plukken of bloemen te snijden, werk dat Nederlanders niet willen doen, maar Polen ook steeds minder. De economie in Polen draait op volle toeren en de arbeidsomstandigheden hier zijn niet zo goed. Reden waarom ze steeds vaker huiswaarts gaan.

“Vroeger benaderden we vooral scholieren, maar die vijver raakt steeds leger’, zegt Glenn Vaars, verantwoordelijk voor personeelszaken bij Borst Bloembollen, in de Volkskrant. “Studenten en scholieren willen dit werk minder doen en hebben veel meer mogelijkheden voor bijbanen dan vroeger.”

Het bollenbedrijf maakt jaarlijks gebruik van zo’n 70 Oost-Europese werknemers, maar die zijn steeds moeilijker te vinden, omdat de werkloosheid in landen als Polen, Bulgarije en Roemenië flink daalt en overheden het minimumloon fors hebben verhoogd. ABN Amro verwacht dan ook dat het aantal arbeidsmigranten uit Oost-Europa de komende jaren gaat dalen. Dat kan een probleem worden voor de Nederlandse landbouw, industrie en bouwsector, die afhankelijk zijn van Oost-Europese werknemers.

“We kunnen de arbeidsvoorwaarden voor Poolse werknemers wel verbeteren, maar vooral de jongere arbeidsmigranten krijgen een hogere levensstandaard’, zegt Vaars van Borst Bloembollen. “Ze verlangen dat hier ook in Nederland en nemen geen genoegen meer met een gedeelde slaapplaats, zeker niet als ze hier langer blijven.”

In Polen kunnen ze gewoon in hun eigen huis wonen met hun gezin. En nu de Poolse overheid het minimumloon met 40 procent heeft verhoogd in 4 jaar tijd, de lonen gemiddeld zijn gestegen met 6 procent en de werkloosheid heel laag is, wordt dan een steeds aantrekkelijkere optie.

Bron(nen):   De Volkskrant