De
televisie staat nog in de huiskamer, maar het vaste avondje voor de buis verliest terrein. In 2025 keek de gemiddelde Nederlander nog 87 minuten per dag live naar de televisie. Twintig jaar eerder was dat ongeveer 195 minuten. De dagelijkse kijktijd is daarmee in twee decennia ruimschoots gehalveerd. Dat betekent niet dat iedereen de televisie heeft afgezworen: we kijken vooral veel korter op het moment dat een zender iets uitzendt.
Van ruim drie uur naar anderhalf uur
De ontwikkeling wordt duidelijk als je de cijfers naast elkaar zet. In 2005 keken Nederlanders gemiddeld drie uur en een kwartier per dag televisie. Vrijwel al dat kijken gebeurde live. In 2010 bedroeg de totale kijktijd 191 minuten, waarvan slechts 2,1 procent uitgesteld: ongeveer 187 minuten bleven dus over voor live kijken.
In 2020 lag de live kijktijd nog op 135 minuten per dag. In 2025 waren daarvan 87 minuten over. Daarbij verdient 2020 wel een kanttekening: het was een coronajaar, waarin mensen veel thuiszaten en extra televisie keken. Ook veranderde in 2023 de meetmethode. De historische cijfers laten daardoor vooral de richting zien; het is geen tot op de minuut nauwkeurige vergelijking.
| Jaar | Gemiddeld live tv kijken per dag |
| 2005 | Circa 195 minuten |
| 2010 | Circa 187 minuten |
| 2020 | 135 minuten |
| 2025 | 87 minuten |
De cijfers betreffen Nederlanders van 6 jaar en ouder. Voor 2005 en 2010 gaat het om benaderingen op basis van oudere kijkmetingen.
Ook in één jaar verdwijnt er veel kijktijd
De daling is niet alleen zichtbaar over een periode van twintig jaar. Tussen 2024 en 2025 zakte de dagelijkse live kijktijd van 98 naar 87 minuten. Dat is elf minuten minder per dag, een afname van ruim 11 procent.
Bij jongvolwassenen was de terugval nog sterker. Nederlanders van 20 tot en met 34 jaar keken in 2024 gemiddeld 36 minuten per dag live televisie. Een jaar later was dat nog maar 25 minuten: een daling van bijna een derde.
Uitgesteld kijken is iets anders dan live tv
Wie cijfers over
televisiekijken tegenkomt, moet goed letten op wat er wordt geteld. Live kijken betekent kijken op het moment van uitzending. Een programma later terugkijken valt onder uitgesteld kijken. In 2025 besteedden Nederlanders daar gemiddeld nog eens 31 minuten per dag aan. Samen kwamen live en uitgesteld kijken naar televisiezenders uit op 118 minuten per dag.
Het onderscheid maakt nogal uit. Het cijfer van twee uur en tien minuten televisiekijken in 2024 omvat bijvoorbeeld zowel live als uitgesteld kijken. Voor uitsluitend live televisie was het gemiddelde dat jaar 98 minuten. Wie die categorieën door elkaar haalt, maakt de ontwikkeling groter of kleiner dan zij werkelijk is.
Minder minuten betekent niet dat niemand meer kijkt
De teruglopende kijktijd vertelt bovendien niet hoeveel Nederlanders live televisie helemaal hebben afgezworen. Volgens een recent GfK-onderzoek kijkt 88 procent nog weleens live tv. Dat percentage ligt 3 procentpunten lager dan in 2020. ‘Nog weleens kijken’ is uiteraard iets anders dan dagelijks kijken, maar het laat zien dat live televisie voor veel mensen nog niet verdwenen is.
De grootste verandering zit dus niet alleen in de vraag óf Nederlanders kijken, maar vooral in hoe lang ze kijken. Live televisie heeft nog steeds een groot bereik. Alleen krijgt zij een veel kleiner deel van onze dag dan twintig jaar geleden.