Duizenden asielaanvragen, maar IND-medewerkers kijken Netflix

Het is een chaos bij de IND. Er liggen duizenden asielaanvragen te wachten, maar de medewerkers kunnen weinig doen. Vier van hen klappen in de Volkskrant uit de school over de organisatorische puinhoop bij de immigratiedienst. “We moesten maar Netflix gaan kijken.”

Een speciale taskforce moet voor het eind van het jaar 14.000 asielaanvragen verwerken. Een medewerker vertelt hoe ze maar geen dossier kreeg om te beoordelen. Er waren geen begeleiders, er was een probleem met de planning. ‘Haar team kreeg het advies de tijd te doden met het kijken van documentaires op Netflix, om alvast kennis op te doen van de herkomstlanden van asielzoekers’, schrijft de Volkskrant.

“Het komt erop neer dat veel mensen thuiszitten, een salaris ontvangen van ten minste 3.040 euro bruto per maand en helemaal niks doen”, aldus de medewerker, wiens naam bij de krant bekend is. De beslismedewerkers van de taskforce moeten beoordelen of een asielaanvraag wordt gehonoreerd, maar ze hebben niets te doen. “Ik heb vaak gezegd: ik word door u betaald, dus geef me dan ook werk. Maar ik word niet ingepland.” 

Ondertussen neemt de onrust in asielzoekerscentra toe, omdat de procedures maar blijven duren. Gek genoeg, worden asielzoekers die na 1 april zijn aangekomen wel direct geholpen. Zij vallen niet onder de taskforce.

Wachtpolitiek
Universitair docent migratierecht aan de VU, Martijn Stronks, spreekt van wachtpolitiek. “Wachtpolitiek is een belangrijke vorm van machtsuitoefening, die vermoedelijk nergens zo duidelijk zichtbaar wordt als in het asielrecht.” Uit vertrouwelijke documenten, die de Volkskrant jaren geleden in handen kreeg, bleek inderdaad dat het vertragen van de procedures voor nareizende familieleden op het ministerie werd gezien als een methode om asielzoekers te ontmoedigen.

Het verloop bij de IND is groot, al weigert één medewerker met wie de krant sprak, op te geven. Ze denkt dat ze nog wel een tijdje werk heeft. “Als we in het huidige tempo doorgaan, zijn we over drie jaar nog niet klaar.”

Bron(nen):   De Volkskrant