Waarom een op de vijf ouderen overlijdt na verlies van hun partner

De Britten maken zich misschien wel terecht zorgen om de Queen nu ze na 73 jaar huwelijk verder moet zonder haar Philip. Er bestaat namelijk zoiets als het weduwschapseffect, legt klinisch ouderenpsycholoog Luc Van de Ven (UPC KU Leuven) uit in Het Laatste Nieuws.

“Hoe langer twee mensen een koppel zijn, hoe groter de kans is dat de overlevende na de dood van de partner ook snel zal overlijden. Bij hoogbejaarden speelt dat ‘widowhood effect’ natuurlijk. Uit onderzoek blijkt dat één op de vijf tachtigplussers sterft binnen het eerste halfjaar na de dood van een partner. Bij vrouwen ligt dat percentage wat lager – minder dan één op de tien.”

Hoe hecht een koppel is speelt daarbij een rol. “En hoe afhankelijk de één was van de ander speelt ook mee. Verliest een oude man zijn zorgzame vrouw die alle touwtjes in handen hield, dan is de kans groter dat die man het op z’n eentje niet lang trekt of wil trekken.” Ook wanneer een koppel erg op zichzelf is, is de impact van een overlijden groter. “Want als je in het leven niet veel meer had dan je partner, valt met hem of haar ook je hele leven weg. Plus, je hebt geen sociaal netwerk dat je na de dood van je partner opvangt en steun biedt.”

Depressie
Hoe het kan dat er zoveel ouderen overlijden na het verlies van hun partner? “De overlevende is natuurlijk zelf ook hoogbejaard en kwetsbaar”, zegt Van de Ven. “Vaak worstelt hij of zij al met lichamelijke kwaaltjes, niet zelden aan het hart.” Maar ook verwaarlozing speelt een rol. “Dan kunnen we spreken van ‘gecompliceerde rouw’: de triestheid eindigt dan soms in een depressie of een alcoholverslaving. We zien ook dat sommige ouderen door het verdriet niet meer of slecht eten, of niet meer slapen. Of ze nemen hun medicijnen niet meer in, of slikken er juist te veel.”

"Maar we moeten ons ook niet te veel zorgen maken”, zegt Van de Ven. “Denk alsjeblieft niet dat alle mensen op leeftijd gedoemd zijn na het verlies van een partner. Velen van hen kunnen goed rouwen, op hun eigen tempo." De ene doet daar een halfjaar over, de andere twee jaar. 

Bron(nen):   HLN