1/10 van de ouderen zijn ondervoed

Van de thuiswonende 65-plussers in Nederland is 10% ondervoed. Dat blijkt uit 3 onderzoeken van de VU. Onder ouderen die thuiszorg ontvangen, is het percentage zelfs 35%. Dat het probleem tot nu toe onderbelicht bleef, heeft 2 oorzaken: een gebrek aan data, want artsen en verpleegkundigen houden zelden het gewicht van patiënten bij en het ontbreken van een eenduidige defintie van ondervoeding.

De onderzoeksgroep Ouderengeneeskunde van de VU ontwikkelde een eenvoudige methode om ondervoeding bij ouderen vast te stellen, de Short Nutrition Assessment Questionnaire for 65+ (SNAQ65+), gefincancieerd door Nutricia, ontwikkelaar van voedingssupplementen. Verpleegkundigen van thuiszorgleverancier Cordaan Amsterdam experimenteren sinds 2 jaar met deze test en leverden de onderzoeksresultaten aan de VU.

Tijdens het intakegesprek bij de thuiszorg wordt de bovenarmomvang van ouderen gemeten en vraagt de verpleging of ze het afgelopen half jaar 4 kilo of meer zijn afgevallen. Als ze dat niet weten, wordt gevraagd naar loszittende kleding of worden familieleden geraadpleegd. Ook vraagt verpleging naar vermoeidheid en afname van het hongergevoel. Scoort de oudere positief op alle 4 de criteria, dan lijdt hij aan ondervoeding.

Ondervoeding is vaak een gevolg van eenzaamheid en leidt tot depressieve klachten. Mensen hebben geen zin meer in het leven, ondernemen niets meer, hebben geen honger meer en belanden zo in een vicieuze cirkel.

Wanneer de diagnose ondervoeding wordt gesteld, licht de thuiszorgverpleegkundige de huisarts in en komt er een diëtist langs. Die stelt in overleg met de oudere een schema op om weer op gewicht te komen en levert voedingssupplementen: poeders, puddinkjes of energiedrankjes, vaak geproduceerd door Nutricia.

Marcel Olde Rikkert, hoogleraar geriatrie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, is blij met de groeiende belangstelling voor het onderwerp. Over voedingssupplementen als onderdeel van de behandeling is hij minder te spreken: ouderen zijn er veel meer bij gebaat als ze fysiek, maar vooral sociaal worden gemotiveerd.

Bron(nen):   deVolkskrant (betaald)