Barbecue ‘cavemanstyle’ is lekker, maar behoorlijk dom

Wie hip wil zijn, gooit tegenwoordig zijn malse steak rechtstreeks op de barbecuekolen.  Anderhalve minuut extreme warmte geeft het lapje vlees een uniek, krokant korstje. ‘Steak caveman style’. Je gaart het vlees eerst op het rooster en werkt het af door het 1 à 1,5 minuut ‘bloot’ tussen de gloeiende kolen te leggen. Zonder zilverpapier of andere bescherming. “Je moet het doen met een stuk vlees dat vrij veel vet bevat”, legt barbecuespecialist Tom De Jaeger uit. “Een staartstuk, een rib… Het moet rosé zijn vanbinnen. In de kolen – zo’n 400 tot 500 graden – wordt het randje superkrokant en karameliseert het vet.”

De Belgische Stichting Tegen Kanker vindt het maar niets: het vlees wordt er namelijk niet alleen super krokant van, maar ook superkankerverwekkend.

“Rood en vetrijk vlees dat op hoge temperatuur bereid wordt, kan leiden tot de vorming van polycyclische koolwaterstoffen en heterocyclische amines, twee kankerverwekkende stoffen”, vertelt dokter Mathijs Goossens aan De Morgen. “Dat is al het geval bij een gewone barbecue. Wie het vlees dan nog rechtstreeks op de kolen legt, vergroot dat effect. Niét aan te raden, dus.”

Wie kankerverwekkende stoffen bij een gewone barbecuesessie wil vermijden, kan zijn vlees een halfuurtje marineren, geeft de Stichting tegen Kanker nog mee. “Wat olijfolie met knoflook of sjalotjes, citroensap of azijn voorkomt de vorming van schadelijke stoffen.”