Periodiek vasten is razend populair, maar werkt het ook?

Het is al enige jaren hét dieet van Hollywoodsterren, techlui in Silicon Valley en ander hip volk: Periodiek vasten, oftewel niets eten afwisselen met normaal eten. In Nederland wordt het Spartaanse eetregime ook steeds populairder, maar wat vindt de wetenschap er eigenlijk van?

Periodiek vasten
Wetenschapsredacteur van de Volkskrant Maarten Keulemans heeft het dieet gevolgd, waarbij je deeltijd vast, in het Engels ook wel intermittent fasting genoemd. Keulemans at op maandag en dinsdag vrijwel niets om in de rest van de week te kunnen eten waar hij zin in had. Het resultaat? Hij viel 15 kilo af in driekwart jaar tijd. Het lukt hem bovendien om op de vastendagen, waarop hij enkel koffie met melk en een beetje yoghurt als avondeten nam, niet al te veel honger te hebben. De redacteur voelde zich er zelfs goed bij en was dus in eerste instantie enthousiast.

Hij vond bovendien allerlei onderzoeken, vooral bij muizen, die op veel gezondheidsvoordelen wijzen zoals minder kans op kanker, alzheimer en parkinson, betere bloedwaarden en een lager cholesterol. Tevens zou het afvallen sneller gaan dan bij een gewoon dieet.

Geen wondermiddel
Maar dan zoekt hij nog even door en komt tot een ontnuchterende conclusie. Een meta-analyse, of overzichtsstudie, naar zes eerdere onderzoeken concludeert: “Het effect van onderbroken diëten in vergelijking met continue energierestrictie vertoont geen significant verschil in gewichtsverlies.” Met andere woorden: het maakt niet uit of je een gewoon dieet volgt of een vastendieet.

Maar waarom werkt het dan toch vraagt Keulemans zich af. De Schotse hoogleraar voedingswetenschap Alex Johnstone heeft een eenvoudige verklaring: “Het concept van onderbroken vasten is simpel. Dat maakt het makkelijk na te leven, zonder dagelijks ingewikkeld calorieën te tellen.”

Muizenstudies
Ook van de conclusies van onderzoek bij muizen moet je niet te veel verwachten, vertelt Sander Kersten, hoogleraar moleculaire voedingswetenschap in Wageningen, hem. “Ik denk dat het beeld uit die dierstudies toch iets overtrokken is. Het zijn toch muizen, hè. Wat zegt dat over de mens?” Bovendien zegt hij dat er ook minder succesvolle experimenten zijn geweest, maar dat daar nauwelijks iets over is geschreven.

Hoogleraar humane biologie Ellen Blaak komt met een ontnuchterend advies: “We zullen toch moeten accepteren dat we om duurzaam af te vallen echt onze leefstijl moeten aanpassen. Dus minder en gezonder eten en meer bewegen.” Ze adviseert vooral om bewúster te eten. Lees eens etiket, drink minder suikerhoudende dranken, raadt ze aan.

Sporten
Als laatste schrijft Keulemans nog dat meer sporten op zichzelf niet zoveel zin heeft. Meerdere studies hebben aangetoond dat we dan meer gaan eten om onszelf te belonen of omdat we meer honger hebben. Ook doen we minder aan andere lichaamsbeweging, omdat we vinden dat we al hebben gesport. Bovendien schatten we steevast het aantal verbrande calorieën veel te hoog in.

Het komt er dus toch gewoon op neer dat je structureel minder moet eten. Heel saai, eigenlijk.

 

Bron: De Volkskrant
Foto: EyeEm/HH