Job Cohen, de boerka en de uitkering

"Dit alles neemt echter niet weg dat de hoeveelheid vrouwen die in Nederland in het openbaar een gezichtsbedekkende sluier draagt naar onze inschatting niet groter is enkele honderden." Citaat uit een rapport van het ministerie van Justitie over een Boerkaverbod.

Vandaag heeft het vaderland zich weer van harte gestort op de boerka. In een poging zijn dadendrang zichtbaar te maken opperde Job Cohen, de burgemeester van Amsterdam, dat vrouwen die een boerka dragen en daardoor (?) werkloos zijn een uitkering moet worden onthouden.

De Tweede Kamer reageert enthousiast op het voorstel van Cohen.

Maar laten we eens rekenen. Een paar honderd, laten de zeggen 400, draagsters van boerka’s. Laten we zeggen dat een kwart daarvan zou willen werken (de gemiddelde deelname van vrouwen aan de arbeidsmarkt van Turken en Marokkanen ligt rond de 25 procent) Dat zijn er honderd. Stel dat de helft daarvan geen werk vindt. Dat zijn er vijftig. Stel dat dat bij de helft door de boerka komt. Dat zijn er 25.

Is het dan wel een echt onderwerp?

Het echte probleem: 1,8 miljoen niet-westerse allochtonen wonen in Nederland. Een paar honderdduizend van hen toont geen aanstalten zich te gedragen naar de normen en gebruiken van het land dat ze hebben uitgekozen om in te wonen. Steeds meer autochtonen verliezen het geduld om te wachten op verandering van gedrag van de nieuwkomers. En dan gaat het niet om 25 meisjes in een boerka die (met succes) proberen te provoceren.

Bij gebrek van een begin van een oplossing voor de echte problemen gaan we het weer in praatprogramma’s en kamerdebatten dagenlang hebben over niets.