Naar Italië? Ga in het voetspoor van Stendhal

Het verdient doorgaans aanbeveling om je vooral niets aan te trekken van wat schrijvers te vertellen hebben. Levenslessen van schrijvers? Hun eigen leven is dikwijls zo armzalig en miserabel dat zoiets vraagt om moeilijkheden.
Hetzelfde geldt wat ons betreft voor schrijvers op reis. Koop een reisgids als je wilt weten waar het leuk is en ga vooral niet af op een zogenaamd literair reisverslag, want waar het leuks is, zit zelden een schrijver. 
Natuurlijk – er zijn uitzonderingen en daarom willen we hier even stilstaan bij Stendhal. The New York Times biedt een uitgebreid artikel over het Italiaanse stadje Parma en verwijst daarbij naar Stendhals De hertogin van Parma.
Stendhal (1783 – 1842) is geboren in Grenoble, maar op zijn graf in Parijs staat ‘Milanese’ – alsof hij afkomstig was uit Italië. En dat is geen toeval, want Stendhal woonde een groot deel van zijn leven in Italië; eerst al arriveerde hij op jonge leeftijd in het leger van Napoleon in Milaan waar hij langere tijd verbleef, grote delen van het land bereisde hij (sommige delen ook niet die hij vervolgens beschreef alsof hij er was geweest) en aan het einde van zijn leven zat hij als Frans consul in Civita Vecchia. Misschien heeft wel niemand zo goed doorgrond wat aard en wezen van dit bijzondere land is. 
Jaren geleden verscheen het fantastische The Italians van Luigi Barzini en de auteur somde in zijn voorwoord op hoeveel bekende schrijvers de afgelopen eeuwen wel niet naar Italië gingen om het land beter te leren kennen. Volgens Barzini zat tussen al die beroemde auteurs eentje die met kop en schouders boven de rest uitstak: Henri Beyle alias Stendhal.
Stendhal schreef, zoals hij zelf zei voor de Happy Few – voor de enkeling die zijn werk apprecieerde – en stel dat u die moeite wilt nemen, dan krijgt u daar veel voor terug. 
Op zijn jarenlange reizen door Italië heeft hij nagenoeg al zijn indrukken en avonturen beschreven (in romans, brieven en reisverhalen), en het lijkt wel of hij weet door te dringen tot de geheimen die aan Italië kleven. Vaak wordt Italië met gelukzaligheid geassocieerd en Stendhal wist dat geluk als het ware te betrappen. 
Hij was lyrisch om wat hij hoorde en zag – hij was eigenlijk steeds verliefd – maar dankzij zijn klare taal en zijn heldere geest wist hij heel goed op te schrijven wat de herkomst van al die sensaties was. 
The New York Times heeft dus gelijk. Gaat u naar Parma, lees dan eerst de roman van Stendhal die zich hier afspeelt en u wordt voor uw inspanningen beloond. 
Wie dan nog niet verzadigd is kan zich overgeven aan de Pléiade-bundel Voyages en Italie (niet vertaald), ruim 1.800 pagina’s dik en als u dat eenmaal uit hebt, begrijpt u een heel klein beetje van het raadselachtige land aan de andere kant van de Alpen. 

Bron(nen):   The New York Times