Rudy Kousbroek 1929 – 2010

Als er weleens geklaagd werd over te weinig intellectueel vertoon in de Nederlandse samenleving, kan niemand toch op Rudy Kousbroek (1929, Sumatra) hebben gedoeld, die vandaag is overleden. Kousbroek heeft jarenlang met groot vertoon blijk gegeven van nieuwsgierigheid, denkkracht, belezenheid, schrijfkunst en gepaste hoon voor mensen die zich dommer voordeden dan ze waren – of die tout court dom waren.
Zijn pogingen om als dichter en romanschrijver naam te maken, zijn gelukkig maar van korte duur geweest en tijdig had hij ontdekt wat hem paste als een handschoen: het essay, op de lengte van een ouderwetse krantenpagina. Vele jaren kon de trouwe lezer van het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad op zijn bijdragen rekenen die altijd lezenswaardig waren en met regelmaat van grote kwaliteit. 
Kousbroek woonde vele jaren in Parijs en van alles wat in Frankrijk verscheen aan boeken, films en voorstellingen was hij het doorgeefluik. Maar ook veel meer dan dat, want Kousbroek zei niet alleen wat hij had gelezen, hij voegde daar ook zijn eigen inzichten aan toe waar je als lezer maar al te graag kennis van nam.
Wetenschap en techniek waren zijn passie en in combinatie met zijn ietwat romantische inslag leidde dat dikwijls tot bijzondere stukken over auto’s, motoren, machines en andere zaken waar de doorsnee schrijver maar zelden belangstelling voor had. Van het hogere moest hij weinig heben en al in 1970 publiceerde hij de bundel Het avondrood der magiërs, waarin op hardhandige wijze werd afgerekend met dominees en soortgelijke kwakzalvers. 
God en gebod konden hem maar matig boeien en ook later nog, in 1997, maakte hij in Hoger honing korte metten met mensen die in God geloofden. Of nog erger, die misschien wel een beetje in God geloofden.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat veel van die oude stukken van Kousbroek over al zijn Franse vondsten en ontdekkingen niet altijd meer even leesbaar zijn. Iemand die ons vanuit een andere cultuur bericht hoe de zaken er daar voor staan was 35 jaar geleden misschien iets bijzonders, maar dat is nu niet langer het geval. Nee, niet alles wat hij schreef was bedoeld voor de eeuwigheid.
Maar er zijn tenministe 2 thema’s in zijn werk die tot de dag van vandaag hun grote zeggingskracht hebben behouden. Ten eerste is dat zijn gekanker op Nederland. Toen Kousbroek eindelijk terugkeerde naar Nederland schrok hij zich rot om de culturele staat van de natie in de jaren zeventig en haalde hij de karwats te voorschijn om iedereen te slaan die hij maar kon raken. Heerlijk was dat; het vuur, de passie en het talent waarmee hij zijn tegenstanders inpeperde dat verslonzing hier de boventoon voerde. En hoe meer middelmaat, hoe bozer hij werd.
En echt groots zijn al de artikelen en boeken waarin hij met heimwee vertelt over zijn Indische jeugd. Verrassend ook om te ontdekken dat de man met zijn rationele en wetenschappelijke pantser een onverwachte kant had die bijkans sentimenteel was. Het getreur om een ver land en een langvoorbije jeugd in de tropenzon was ronduit ontroerend en meer dan eens aangrijpend. In een van zijn boeken (geschreven met Paula Gomes) haalt hij op een hele simpele manier herinneringen op aan zijn jeugdjaren en deze bundel, Verloren goeling, is ronduit een juweel. 
Een klein jaar geleden, hij was al ernstig ziek, verscheen in NRC Handelsblad een uitgebreid interview met Kousbroek en dat was een prachtig vraaggesprek: een helder verstand, hoon voor stommelingen, oog voor succes en falen, smart om de mooie dingen die voorbij gaan, de aankomende dood; alles kwam hier nog eens samen en het is domweg een verlies dat Kousbroek niet langer onder ons is. 
Vandaag, op de dag dat zijn overlijden bekend werd gemaakt, gebeurde nog iets dat ongetwijfeld zijn hoon had opgeroepen en hem zou hebben bevestigd in zijn overtuiging dat Nederland wordt bevolkt door barbaren. 
Vanavond had het NOS Journaal om 8 uur een ultrakort item over de dood van Herman Rudolf Kousbroek. Om daarna langdurig stil te staan bij het overlijden van de zangeres Sugar Lee Hooper, een  opgeblazen kikker van geen enkele betekenis. 
Een korte beschouwing over deze belachelijke handelwijze zou goed gepast hebben in Kousbroeks verrukkelijke bundel over Hollandse eigenaardigheden, verschenen in 1979. Titel: De waanzin aan de macht.

Bron(nen):   NOS Journaal  Interview Kousbroek 2009