De Poolse landdag meldt zich

Het Europees parlement heeft de reputatie een schertsparlement te zijn. Veel gebabbel, weinig wol. Met al die nieuwkomers uit Oost-Europa is het misschien nog meer een Poolse landdag geworden. Iedereen praat door elkaar heen, alleen de Orwelliaanse 'eurospeak' zorgt voor een lingua franca. En de Europese Idee natuurlijk, die in de nationale lidstaten onder vuur ligt, maar in het Europees parlement wordt hooggehouden.

Daarom is dat PVV-meldpunt voor de overlast van Polen en andere MOE-volken zo'n uitgelezen kans om zich te profileren. Dit keer eens niet een land als Hongarije of Griekenland dat z'n plaats moet worden gewezen, maar een modelland als Nederland met een teflonpremier als Mark Rutte. Natuurlijk zijn er in Nederland allerlei stemmen die vinden de premier van een soeverein land niet voor het Europees parlement kan worden gedaagd. Dat gaat dan ook niet eerder dan komende zomer gebeuren. Maar zo'n parlement is er wel voor dit soort symbolische kwesties. Net zoals de PVV scoort met zijn Polen-meldpunt, denkt het Europees parlement te kunnen scoren met deze kwestie. Hier kan de Europese Idee, het overwinnen van nationalisme en vreemdelingenhaat die in het verleden zoveel kwaad hebben aangericht, worden uitgedragen, met het soort bewoordingen dat vroeger vooral uit de kelen van politiek correcte West-Europese modellanden kwam.

Zulke ketelmuziek is irritant en hypocriet, en dient niet zelden andere agenda's. Zo stonden de Franse en de Belgische regering, die in eigen land met het Front National en het Vlaams Blok te kampen hadden, in 2000 vooraan om via Brussel Europese sancties af te kondigen tegen Oostenrijk, waar de partij van Jörg Haider aan de regering ging deelnemen. De FPÖ was daarvoor al uitgesloten van de Liberale Internationale, toen onder voorzitterschap van Frits Bolkestein, waar nu de Belg Guy Verhofstadt het hoogste lied zingt om zijn Hollandse medeliberalen (van wie de PVV een kloon is) ter verantwoording te roepen.

Het zal zeker in Nederland, waar de PVV het eigen gelijk bevestigd ziet, allemaal niet helpen om het Europees parlement meer aanzien te geven. Maar misschien wel in de nieuwe Oost-Europese lidstaten, waar ze Poolse landdagen gewend zijn en nu eindelijk een parlement zien dat zo'n zelfingenomen West-Europees land op z'n nummer zet. Zo helpen de Nederlanders en de PVV een schertsparlement dat tussen Brussel en Straatsburg pendelt om zichzelf op de kaart te zetten.