Wie winnen: De moraalridders of de afzeikers?

Iedereen is het er wel over eens dat er met Rutger Castricum van PowNews een nieuwe vorm van afzeikjournalistiek is ontstaan. Naema Tahir en Andreas Kinneging hebben Rutger en zijn draaiende cameraman met kracht van argumenten én mediageniek tot onderwerp van discussie gemaakt. Dáár is de plomp, kreeg Rutger te horen voor het geval hij nog een keer onaangekondigd aan de voordeur van het echtpaar zou aanbellen. Dat was precies het nummertje vrij worstelen dat de media graag zien. En het was Rutger die dit keer met bebloede kop afdroop.

Leuk, zulke rolwisselingen. Tien jaar geleden veegde Pim Fortuyn in een televisiedebat de vloer aan met Ad Melkert, Hans Dijkstal en de hele 'oude politiek', die als ingeslapen en 'politiek correct' werd afgeserveerd. In het voetspoor van de Fortuynrevolte ontstond er ook een nieuwe toon in de media, waarbij de internetjongens van Geen Stijl de trend zetten. Heilige huisjes van de linkse kerk werden afgebroken, er kwam volk aan het woord dat het gevoel had de mond te zijn gesnoerd.

Door de linkse politiek, én de gevestigde media (de 'MSM'). De echte winnaar van het televisiedebat waar Fortuyn zijn ster mee vestigde, was overigens allerminst taboedoorbrekend. Jan Peter Balkenende zou in het decennium dat daarop volgde vier kabinetten leiden en acht jaar minister-president zijn. Zijn boodschap? Fatsoen moet je doen.

Niemand is de afgelopen tien jaar zo bespot en afgezeken als JPB. Dat gebeurde niet alleen door de gideonsbende van Geen Stijl, die zijn pijlen op linkse coryfeeën richtte als Ella Vogelaar, maar vooral door de gevestigde dagbladen en de publieke omroepen in Hilversum (zeg maar de MSM) die zich erop laten voorstaan dat ze 'serieuze journalistiek' bedrijven. En in de talkshows natuurlijk, waar elke politicus verschijnt om 'talk of the town' te kunnen zijn en altijd een 'sidekick' (type Jan Mulder) aanwezig is om de beslissende punch te geven. Afzeiken? Welnee, daar moeten goede politici tegen kunnen en daar zijn mediatrainers voor (oud-journalisten die er een goede boterham mee verdienen). Van Rutger wordt schande gesproken. Je vraagt niet aan Mark Rutte of hij nog heeft geneukt. Maar in al die vrolijke talkshows is het net zo goed de bedoeling dat er tenminste één studiogast met bebloede kop naar huis gaat.

Daar is vrees ik niks tegen te doen. Het publiek vindt het leuk en kijkt er graag naar. Toch blijft het opmerkelijk dat Jan Peter Balkenende in een tijdperk van verhuftering acht jaar MP kon zijn. Zijn fatsoensboodschap sloeg aan, en misschien won hij wel verkiezingen omdat hij zo werd bespot. In de hoogtijdagen van het 'Ethisch Reveil' bereikte Dries van Agt hetzelfde. JPB boog niet mee, JPB ging onverstoorbaar zijn weg.

Tot 2010, toen Nederland 'Balkenendemoe' was geworden. Dat zei Frits Wester, voormalig spindoctor van fatsoensrakker Elco Brinkman, de best ingevoerde journalist in Nieuwspoort en graag geziene gast in talkshows. Maar er was ook van een rolwisseling sprake. Op rechts won niet als vanouds het burgermansfatsoen, maar het brutale geluid van Geert Wilders. Links claimde in 2010 het fatsoen, met Job Cohen, waarna Nederland ook heel snel 'Cohenmoe' werd. 'Integere Job' heeft het mediastrijdperk al na twee jaar verlaten (zijn troosteloze afgang was aanleiding voor de column van Naema Tahir in Buitenhof waarmee deze discussie van start ging).

Hetgeen de vraag oproept of Nederland ook 'fatsoensmoe' is geworden. Dat geloof ik eerlijk gezegd niet. JPB trotseerde acht jaar de hoon van de 'MSM'. Linkse journalisten lopen nu te hoop tegen het huidige gedoogkabinet, dat niet 'fatsoenlijk' zou zijn. Fatsoenlijke journalistiek? Breek me de bek niet open wat de journalistieke fatsoensnormen betreft. Die schieten in algemeen menselijke zin vaak tekort. De media worden in beslag genomen door scoringsdrift, kijkcijfers en oplagecijfers. De rest telt niet. Uiteindelijk kan alleen het publiek, als kiezers en mediaconsumenten, uitsluitsel geven op de vraag wie wint: de moraalridders of de afzeikers? Het lijkt me een vraag voor Maurice de Hond, niet als momentopname, maar gemeten over een langere periode. Het laatste decennium bijvoorbeeld, of als hij die vraag nog niet aan het publiek heeft voorgelegd, het decennium tot 2020.

Bron(nen):   DJvanBaar