"Je bent een snob als je zelden TV kijkt"

Een jaar of dertig geleden, toen er nog maar twee televisiezenders waren en een beperkt aantal (maar wel meer) kranten, kregen journalisten weleens de kritiek dat ze alleen maar programma's maakten of verhalen schreven die ze zelf mooi vonden en hun eigen mening onderschreven. Met het publiek werd geen rekening gehouden. Dat deden alleen de commerciëlen, die er met de kijkers en dus ook de adverteerders vandoor gingen. Dat gebeurt tegenwoordig gelukkig niet meer. Alle media zijn nu van het mediaconsumentenbelang – en dat van de adverteerders – doordrongen.

De gevolgen zijn er ook naar. Ook in de kwaliteitskranten is het wereldnieuws van de voorpagina verdrongen, en enige hiërarchie in het nieuws en de nieuwsduiding valt niet meer te bespeuren. Tenzij het over de media en mediazaken zelf gaat, want die zijn steeds belangrijker geworden. Met film uiteraard, ooit ondergeschoven kindje op de cultuurpagina's, maar tegenwoordig kunstvorm en bijna net zo belangrijk als de televisie.

Het kan aan mij liggen, maar als ik de Volkskrant of NRC Handelsblad lees, lijkt de helft van de krant over film te gaan, en over mediazaken en mediasterren natuurlijk. Zo hoort dat ook, want iedereen heeft op mediastudie – en van de adverteerders – geleerd dat het beeld belangrijker is dan de werkelijkheid.
De gevolgen zijn er ook naar. Ik ben tijdens het zappen Paul de Leeuw al eens op drie zenders tegelijk tegen gekomen. In talkshows zitten vaak dezelfde mediasterren die dan weer vertellen wat ze in een ander programma hebben gezegd of gedaan of – nog belangrijker – van plan zijn te gaan doen. Of wat ze in een andere talkshow hebben gezegd.

Dat betekent dat de interviewers en de talkshowhosts nog veel belangrijker zijn geworden. Matthijs van Nieuwkerk interviewt niet alleen, hij wordt ook geïnterviewd. Afgelopen week besteedde de Volkskrant liefst vier hele pagina's aan vier bekende interviewers die in het kader van een 'interviewgala' geïnterviewd werden over hun vak. Zij zijn daarin nu de besten, maar beklaagden zich erover dat ze toch minder gezag hadden dan hun voorgangers. Het deed denken aan Hugo Borst, die in zijn eentje al vier pagina's kreeg toegemeten om te vertellen dat het hem zo goed beviel dat hij de publicitaire luwte had opgezocht.

Natuurlijk zijn klachten dat het in de media alleen nog over de media gaat niet nieuw. Vroeger gebeurde dat ook al, en ook dit stukje gaat er weer over. Het is een aanhoudend Droste-effect. Maar dertig jaar geleden deed je er besmuikt over dat je weleens naar de televisie keek, behalve naar de VPRO natuurlijk. Tegenwoordig ben je een snob als je zegt dat je zelden of nooit televisie kijkt. De kranten staan vol met wat er op de televisie is gebeurd, waar het dertig jaar geleden nog andersom was. Niemand kan nog betwijfelen dat de media er voor de media zijn en dat het beeld belangrijker is geworden ten opzichte van het geschreven woord.

De gevolgen zijn er dan ook naar. Iedereen richt zich naar dezelfde medialogica. Zelfs kiezers die zichzelf politiek bewust vinden zijn voor een politicus omdat ze zo onder de indruk zijn van zijn of haar charisma en wijzen bepaalde politici af 'omdat hij of zij het zo slecht doet op televisie'. En niemand haalt daarbij zijn wenkbrauwen op. Het gevolg is een eenheidsworst waarbij iedereen op elkaar is gaan lijken en alle media om elkaars as draaien.

Wat de vraag oproept of het publiek dat allemaal wel zo leuk vindt. Ik kan het me eigenlijk niet voorstellen. Ik begrijp niet echt waarom een publiek dat zelf ook steeds meer narcisme wordt toegedicht zo geïnteresseerd is in het narcisme van anderen (te weten mediasterren en andere van televisie bekende Nederlanders). Maar omdat alles wat de media tegenwoordig doen veel meer dan dertig jaar geleden ten behoeve van adverteerders wordt gemeten in kijkcijfers en lezersbereik, zal dat wel zo zijn.