Wij zijn niet slechts een verzameling hersencellen

April is de maand van de filosofie. Alles wordt gecommercialiseerd, dus waarom proppen we de wijsbegeerte ook niet binnen de markteconomie? Er valt niet alleen geld te verdienen aan televisies, mobiele telefoons en computers, ook Plato, Kierkegaard en Wittgenstein kunnen de kassa van het bedrijfsleven spekken.

Momenteel worden we om de oren geslagen met ‘neurofilosofie’, waarin neurologische bevindingen uit het laboratorium worden gerelateerd aan met waarheidspretenties omgeven filosofische uitspraken. Centraal staat de vaststelling dat het handelen volledig door de aanleg van onze hersenen wordt bepaald. Er bestaat geen vrije wil. Daarom zijn mensen niet verantwoordelijk voor handelingen. De bestseller van Dick Swaab, ‘Wij zijn ons brein’, is door talloze filosofen gebombardeerd tot de nieuwe bijbel. Hebben hersenwetenschappers de kern van onze identiteit blootgelegd?

In de jaren zeventig van de vorige eeuw staat de rol van de omgeving centraal, een decennium later accentueert men de betekenis van de hersenen steeds meer. Beide zijn reductionistische benaderingen van het mens-zijn. Louter de omgeving erkennen veronachtzaamt onze lichamelijke bepaaldheid, terwijl het te ver voert om resultaten van het laboratorium klakkeloos te transporteren naar de alledaagse leefwereld waarin mensen verkeren. Wij zijn niet slechts een verzameling synapsen – om Swaab te parafraseren. Mensen hebben ook belevingen en ervaringen.

Het lichaam drukt mijn individualiteit uit, maar een puur materialistische opvatting heeft een verkapte beheersbaarheidsideologie tot doel en doet geen recht aan de persoonlijke levensgeschiedenis. Aldus wordt namelijk de individuele vrijheid ontkend en wordt verantwoordelijk handelen tot een illusie herleid. Hersenen zijn niet louter een informatieverwerkende machine. Het brein handelt immers niet, individuen wel. De werkelijkheid wordt bezield. We maken ons allerlei kennisvormen eigen en hebben talloze belevingen en ervaringen. Met andere woorden: ook al zien we op hersenscans actieve neuronen, we weten op dat moment niet wat dit specifieke brein doormaakt. Hersenen worden bij iedereen min of meer identiek gebruikt, maar er treden verschillen op door unieke belevingen en ervaringen van de breinbezitters. Een hersenscan betekent pas iets als we weten binnen welke context de gesignaleerde neuronenactiviteiten moeten worden geplaatst. Denkt deze hersenbezitter aan zelfmoord, of zijn zijn gedachten bij zijn geliefde? Hersenscans zeggen niets, tenzij de breinbezitter vertelt wat gebeurt tijdens het maken van de scan. Neuronen zijn noch hebben gevoelens, ze zijn noch hebben een denkpatroon. Hersenscans moeten worden geïnterpreteerd aan de hand van belevingen en ervaringen van de breinbezitter.

Ondanks de fysiologische gelijkheid van onze hersenen blijken onze individuele psychische vermogens en ons gedrag verschillend te zijn. Logisch. We zijn nu eenmaal het product van omgevingsinvloeden. Omgang met anderen impliceert automatisch dat we sociale patronen krijgen overgedragen en belevingen en ervaringen hebben. Gedragspatronen worden namelijk gevormd door op herhaling gebaseerde leerprocessen. Waarheden, normen en waarden die ons gedrag sturen zijn vooral cultureel bepaald – waardoor de samenleving het recht heeft bepaald gedrag te veroordelen. Gedragsveranderingen zijn dus direct aan de omgeving gerelateerd. Tegelijkertijd stelt het brein ons in staat kennis, belevingen en ervaringen te verwerken en te integreren, zodat we vervolgens tot bewuste keuzes en vrijwillig gedrag kunnen komen. Anders gezegd: onze verbeeldingskracht is in staat het nog-niet voor te stellen en zo ons gedrag te sturen en te interpreteren. Deze vrijheid is altijd aanwezig, ongeacht wat precies doorslaggevend is in het samenspel tussen aanleg en omgeving.

Kortom: onze vrijheid mag dan biologisch en existentieel gezien beperkt zijn, we worden bepaald door zowel aanleg als omgeving, toch rest wel degelijk een zekere mate van vrijheid die voorafgaat aan ons onbewuste en bewuste handelen. De meest opvallende menselijke eigenschap is immers het vermogen voorbij de eigen natuur te geraken en op unieke wijze het individuele leven vorm te geven. Om de homogeniteit van geest en lichaam uit te drukken, stelt de Franse filosoof Maurice Merleau-Ponty dat we geen lichaam hebben, maar een lichaam zijn. Mentale processen zijn immers door aanleg en omgeving bepaalde fysiologische processen. Door te accentueren dat we ons brein zijn, wordt de geest van het lichaam gesepareerd en zijn mentale processen tot fysiologische processen gereduceerd. Bezieling ontbreekt. Wij zijn dus niet ons brein, noch zijn we onze levensgeschiedenis. Beide opvattingen impliceren een versmalling van het mens-zijn. Met de vermaarde Portugese neuroloog Antonio Damasio concluderen we dat neuronenmensen sociale verbanden serieus dienen te nemen, terwijl omgevingsmensen rekening moeten houden met neurologische aspecten. Geesteswetenschappelijk geïnspireerde neurowetenschappen en materialistisch georiënteerde geesteswetenschappen. Hersenen, mentale processen en de omgeving interacteren immers met elkaar. Neurowetenschappers en geesteswetenschappers behoren samen te werken, want de mens schept met twee gereedschappen: enerzijds biologische bepaaldheid, anderzijds een zekere vrijheid om het bestaan in te richten zoals we dit willen – ongeacht onze aard.

Friedrich Nietzsche en Ludwig Wittgenstein hebben ons geleerd dat kennis perspectivisch is: het studie-object moet vanuit diverse invalshoeken worden beschreven, zodat reeds verworven kennis zich kan blijven ontwikkelen. De menselijke identiteit bestaat derhalve bij de gratie van zowel hersenen als persoonlijke belevingen en ervaringen. En dat lijken zowel neurofilosofen als ‘omgevingsfetisjisten’ te vergeten. Maar wat zal er gebeuren als de mens zichzelf ooit volledig kent? …

Etienne Kuypers, boeken van Etienne Kuypers, Speakers Academy