We leven te lang

In de Volkskrant van zaterdag 2 juni zegt Joris Slaets, hoogleraar ouderengeneeskunde, “dat mensen nu vaak te laat sterven.” Een shockerende uitspraak. De hoogleraar wil ons erop attenderen dat er te vaak te lang wordt doorbehandeld. Ik kan me daar iets bij voorstellen. Pijnlijke ingrepen, mensonwaardig lijden – alleen maar om langer te kunnen leven, los van de vraag of dit leven het nog waard is om te worden geleefd. We stellen met Slaets vast dat het inderdaad verstandig is dat doktoren en patiënten in overleg tot een afgewogen oordeel komen. Toch moeten we niet vergeten dat eindeloos doorbehandelen geen standaardprocedure is. Niet-behandelen bij kanker is bij sommige verpleegtehuizen op bepaalde afdelingen namelijk een algemeen geaccepteerde norm. Veel behandelingen worden gezien de leeftijd als te belastend gevonden. Een humaan principe.

Uiteindelijk gaat het Slaets niet primair hierom. De hoogleraar vindt het welletjes met al die onnodige kosten in de zorg. Waarom iemand nog een paar jaar laten leven als dit een gigantisch kostenplaatje met zich meebrengt? Slaets geeft een voorbeeld van een tachtigjarige dame die een risicovolle hartoperatie heeft ondergaan en dan uiteindelijk van haar elektrische fiets valt en een gebroken been eraan heeft overgehouden. Hij vindt dat deze vrouw naar hem had moeten luisteren, want nu doet ze door pure pech weer een beroep op de extreem dure zorgverlening. Vreemde logica van de hoogleraar. De dood blijft immers ook na een hartoperatie op je loeren – of je nu van de fiets valt, of in een glas water verdrinkt. Verderop in het artikel lijkt Slaets zichzelf tegen te spreken. Hij zegt dan dat niemand een operatie kan worden geweigerd vanwege een hoge leeftijd. Bij de beslissing dient namelijk de vitaliteit van de patiënten doorslaggevend te zijn. De kwaliteit van het leven na de operatie of de behandeling is derhalve terecht het criterium wel of geen zorg te verlenen.

Dit geneeskundig schaatsen op ethisch ijs moet buitengewoon zorgvuldig gebeuren. Het gaat om mensenlevens. Slaets laat bij gesprekken met patiënten altijd hun levensverwachting aan de orde komen. Wat willen ze nog? Hebben ze nog levensvreugde? Hier wordt het bijzonder moeilijk. Misschien had voornoemde tachtigjarige dame immers nog allerlei voornemens in petto? Wanneer schaats je subtiel over het ijs en wanneer zie je een wak over het hoofd? Ouderen die tevreden zijn om de rest van hun leven op een stoel te zitten en te genieten van de televisie zijn dus bij voorbaat kansloos voor een behandeling? Wie bepaalt wat levensvreugde is? Geneesheer of patiënt? Bovendien geeft Slaets toe dat bij zijn patiëntengesprekken het kostenplaatje op de achtergrond altijd een rol speelt. Maar dat hoeven zijn gesprekspartners niet te weten. De rillingen lopen over mijn rug bij zo’n uitspraak. De zorg piept en kraakt onder de eigen deskundigheid en vooruitgang. Het financiële principe domineert.

De arts als de nieuwe God. De Almachtige die zal uitmaken of iemand wel of geen behandeling krijgt? Een levensgevaarlijke normverschuiving. Moeten we gehandicapten en andere maatschappelijke ‘onnutigen’ dan ook maar ontdoen van geneeskundige zorg? Wegsaneren, geen dure zorgverlening meer. Opdoeken die oudjes en die nietsnutten. Het is waar dat artsen balanceren op het slappe koord tussen hulp verlenen en zinloos handelen, het klopt dat in veel gevallen teveel aan de mens wordt gesleuteld en geprutst, maar dit dilemma mag nooit door een financieel argument worden opgelost. Volkskrantcolumniste Aleid Truijens stelt in de krant van 6 juni vast dat Slaets vergeet dat “mensen die vroeger aan een hartkwaal stierven of vanaf hun vijftigste in de WAO zaten, nu dankzij medicijnen en dotterbehandelingen vijftien jaar langer deelnemen aan het arbeidsproces en premies betalen.” Dat is natuurlijk waar. Desalniettemin blijft ook Truijens gevangen in het web van de markteconomie. Waarom accentueert ook zij het kostenplaatje, terwijl het in de zorgverlening principieel en humaan gezien toch gaat om het leven van individuen?

We kunnen niet van zorg spreken als we louter in financiële concepten denken. Dan is sprake van zorgindustrie. Een bedrijf zonder morele principes. Wie de zorg kan betalen wordt geholpen – ongeacht leeftijd, levensverwachting of maatschappelijke nuttigheid. De anderen lopen met het hoofd omlaag langs de kassa van de zorgwinkel en krijgen een vriendelijke knik van het personeel. Zo is het nu al in het onderwijs. Willen we dat ook voor de zorg?

Boeken van Etienne Kuypers

www.etiennekuypers.com
Speakers academy Etienne Kuypers