Mick Jagger en The Rolling Stones in Londen

The Rolling Stones bestaan vijftig jaar. Ze werden gevraagd om de openings- of de slotceremonie van de in London gehouden Olympische Spelen op te sieren. Die uitnodiging lieten ze aan zich voorbij gaan. Ze waren er niet klaar voor. Plotseling werden ze afgelopen zomer in Frankrijk gesignaleerd. Ze repeteren. Zouden ze alsnog op tournee gaan? In oktober valt het verlossende woord: The Rolling Stones geven in november en december twee jubileumconcerten in London en drie in New Jersey. Binnen een mum van tijd zijn de peperdure tickets uitverkocht. Via bevriende kanalen kom ik aan tickets voordat de voorverkoop start.

 

Ik hoor de kritiek al: The Stones maken geen goede muziek meer na pakweg 1975 en ze doen het alleen nog maar om het geld. In de eerste stelling zit misschien een kern van waarheid. Toch bevat elk album na 1975 hier en daar enkele sterke songs en voor het financiële gewin hoeven ze het natuurlijk al lang niet meer te doen. Zijn ze niet te oud?

 

Het antwoord is simpel: net zoals klassieke componisten als Richard Wagner en Arnold Schönberg, jazzmusici als Miles Davis en Paul Bley en bluesgiganten als John Lee Hooker en B.B. King op hoge leeftijd met muziek bezig blijven, geldt er ook geen muzikale leeftijdsgrens of de definitieve vervaldatum voor Mick Jagger en Keith Richards. Ze willen niets anders. De revival van muziek uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw is overigens een opvallend fenomeen. Retro is een trend. Peter Gabriel, Little Feat, Steely Dan, The Beach Boys, Leonard Cohen, Neil Young, Bob Dylan, Joni Mitchell, Led Zeppelin, The Who, Deep Purple, Paul McCartney. Veteranen die volle zalen of opeengepakte festivalweides trekken. Parels waarmee velen zijn opgegroeid in de vorige eeuw. Waarom vallen we massaal voor deze ‘laatsten der Mohikanen’? Zou het komen omdat ze eerlijke muziek maken en niet besmet zijn met steriel computergebruik? Artiesten die ‘larger then life’ zijn en niet via dat infantiele Facebook en achterlijke getwitter midden onder ons gewone stervelingen verkeren? Authentieke muziek door authentieke muzikanten, in plaats van de tegenwoordige nepmuziek met pseudomuziekmakers, die zich louter richten op de puberale downloadcultuur en hun gezicht laten zien in allerlei debiliserende televisieprogramma’s?

 

The Stones zijn de allergrootste rock ‘n roll band. Na vijf decennia schandalen, ruzies, personeelswisselingen, provocerende teksten, vettige muziek, explosieve levensstijl, opvallende liefdesaffaires, vetes, drank- en drugsmisbruik zijn ze met hun onvergetelijke klassiekers nog steeds springlevend. Als president Obama zich in het Witte Huis op Fat Tuesday van dit jaar mag vermaken bij Mick Jaggers blueskunstjes, mag een Maastrichtse man van middelbare leeftijd met zijn zoon Miles en jeugdvriend Kik toch ook nog eens zijn puberidolen gaan aanschouwen in hun thuishaven? De Londonse O2 Arena. Ik zag The Stones een aantal malen. Deze keer is het speciaal. Beethoven, Bach, Keith Jarrett en Miles Davis liet ik thuis. Ik stapte met volle overgave ongeveer 35 jaar terug in de tijd. Alles stond in het teken van rock ‘n roll. Bier. Veel bier. Zweet. Vermoeid.

 

Rondom de O2 was het een drukte van jewelste. Pubs, restaurants, stands. Overal klinkt muziek van The Stones. Ik sprak mensen uit Zuid-Afrika, Brazilië, Argentinië, Zweden, Finland, Duitsland. Iedereen met hetzelfde doel: het feestje van The Rolling Stones. Relaxte sfeer, maar je voelt de opwinding. De lucht trilt. Wie hier loopt is er toch maar mooi bij. Het publiek is divers. Gezinnen met jonge kinderen, nogal wat pubers, veel koppels van middelbare leeftijd en ook hoogbejaarden zijn van de partij. Amusement is voor elke leeftijd. Jeans met gaten en beplakt met het Stoneslogo, maar ook dames in avondjurken en heren in perfecte maatpakken wandelen voorbij. Als je de zaal binnenloopt zie je meteen het befaamde fel rode Stoneslogo dat het podium als het ware omringt. Adembenemend. Ze spelen als het ware in de mond, terwijl de tanden en de randen van de tong het podium vormen. Gigantisch. Rond half negen komt een drumband op een sambaritme de zaal binnen. De leden dragen het gorillamasker van het recente compilatie-album Grrr. De spanning stijgt. Dan plotseling met rustige stem: “Ladies and gentlemen: The Rolling Stones!” De tent ontploft. Vier magere bejaarden betreden onder luid applaus het podium. Rillingen, mijn ogen worden vochtig. I wanna be your man, zingt Mick, druk gebarend naar het publiek hoog in de nok van de O2. Hij draagt een hoed met het zwart/zilveren motief van zijn jasje. Zwart hemd, zilveren stropdas en zwarte broek. Keith lijkt net uit bed te zijn gehaald, Charlie onverstoorbaar zoals altijd en Ronnie geconcentreerd naar zijn gitaar kijkend. Hun sugar is nog steeds brown en hun women nog altijd honky tonk. Het wordt al snel duidelijk dat het hier een feestje betreft. Razendsnel volgen: Get off my cloud, It’s all over now, Paint it Black. Puntig, beetje slordig. Maar dat is hun charme. Magisch om deze simpele songs live te horen. We worden door het Stonesoeuvre geloodst en het is alsof je je hele leven aan je voorbij ziet trekken. Het wordt steeds beter.

De eerste gast: Mary J Blige. Gimme Shelter wordt ons pompend en zwetend voor de voeten geworpen. The best rocksong ever. Jagger en Blige boetseren samen de perfecte chemie. Hierna volgt het sentimentele Wild Horses. Keith raakt steeds meer in vorm. Zichtbaar en hoorbaar. Dat was het begin. Vanaf nu gaat het pas echt los. All  Down the Line, waarbij op het grote scherm een hommage wordt vertoond aan de inspiratiebronnen van de hoogbejaarde heren. Chuck Berry, Muddy Waters, James Brown, Miles Davis, Tina Turner. “It’s been an amazing journey. We wanna thank you for that,” zegt Mick. “It has taken us 50 years from Dartford to Greenwich”. Luid applaus. Dartford is een voorstadje van London waar Mick en Keith zijn geboren en Greenwich is de Londonse wijk waar de O2 staat. Binnen een kwartiertje ben je van Dartford in Greenwich met de bus. Dan de tweede gast. Jeff Beck betreedt al rockend het podium met I’m Going Down. Het dak gaat eraf. Keith zingt hierna Before they Make me Run en Happy. Doorleefde stem, lekkere gitaar, maar de magie is plotseling wat verdwenen. Zouden The Rolling Stones eigenlijk Mick Jagger and The Rolling Stones moeten heten? De 69-jarige Mick mag even bijkomen in de kleedkamer. Niet te lang wegblijven.

 

Oudbassist Bill Wyman betreedt het podium en er volgt een stuwende versie van It’s Only Rock ‘n Roll. De Honky Tonk Women komen natuurlijk ook voorbij. De zaal swingt als een trein. Jong en oud. De nieuwe single Doom & Gloom wordt overtuigend gebracht. Een typisch Stonesnummer. Aanstekelijk ritme en krachtige zang. Dan de vierde gast. Hier zat ik op te wachten. Oudgitarist Mick Taylor slingert het begin van Midnight Rambler uit de speakers, terwijl Mick zijn fantastische zwarte mondharmonicatechniek met stijl etaleert. Het heeft een hypnotisch effect. De blues, scheurend, maar de typische Stonesgroove komt als Keith het intro inzet. De zaal staat op zijn kop. Keith en Mick Taylor. Een tandem om van te watertanden. Keiths strak en vettig gespeeld ritme, waarop Taylor zijn virtuoze licks te voorschijn kan toveren. Hij was van eind jaren zestig tot begin jaren zeventig binnen de gelederen van de Stones en verliet toen vrijwillig het instituut met behoorlijk wat illusies armer. Verslaafd aan drank en drugs. Van Sticky Fingers tot en met It’s only rock ‘n roll. Hun beste periode. Nu zijn ze met drie gitaristen. De ramblers geven elkaar ruimte, alsof ze weten dat hun briljante frontman de zaak bij elkaar zal houden. De midnight staat voor de deur. Ik vraag me even af of The Stones zichzelf vanavond eren of ons (het publiek) een eer willen bewijzen. Het spelplezier is zichtbaar. Brede grijnzen. Concentratie. Sympathy for the Devil, waarbij Mick gehuld in zwarte cape het publiek als een geroutineerde satan weet op te zwepen, Tumbling Dice, Brown Sugar, Jumping Jack Flash. Ronnie hard, Keith gevoelig. Charlie legt de groove. Mick is de dirigent, het brein. De zanger. De entertainer. Rennend en dansend over dat gigantische podium. Na een lang applaus en oorverdovend geschreeuw volgt You can’t Always Get what you Want. Plotseling begint midden in de duisternis een dameskoor de beroemde regels te zingen. Kippenvel. Adembenemend. Dan zien we het koor in fel licht. De song wordt puntgaaf gespeeld. Alsof de elpee op staat. Na tweeënhalf uur worden we verdwaasd achter gelaten.

 

De Stones bestaan nog steeds. Logisch. Ze zijn onmisbaar. Onverwoestbaar blijkbaar. Ze herinneren ons eraan dat muziek ooit meer was dan een flitsende ringtone of een lekkere reclamemelodie. Als de heren het bijltje erbij neerleggen, zijn we niet alleen een paar van de grootste artiesten uit de geschiedenis kwijt, maar wordt meteen een hele tijdsgeest van de kaart geveegd. Geen kunst, wel topentertainment. Daar komt niemand bij in de buurt. Zouden ze de laatste decennia ooit zo’n fenomenaal concert hebben gegeven? De ongekroonde keizers van het entertainment nu pas op de top van hun kunnen? Is het Mick Jagger and The Rolling Stones? Wellicht… Zijn stem is krachtiger dan ooit, zijn energie heeft niets aan intensiteit ingeboet. Dansend en springend als een jonge hond. Mick Jagger: de hoge priester van de rock ‘n roll, de grootste entertainer die de amusementswereld heeft gekend. It’s only rock ‘n roll and we all like him. Het zwart/zilveren jasje past hem perfect en zal hij pas uit doen als lijf en leden het begeven. En zo hoort het! Melody, it was his second name… Ik ben er zeker van!

Boeken van Etienne Kuypers
www.etiennekuypers.com
Speakers academy Etienne Kuypers