Luchtkwaliteit verbetert amper in lockdown: “Fijnstof aanpakken wordt steeds moeilijker en duurder”

Tijdens de eerste lockdown klonken natuurliefhebbers verheugd: de lucht zou zienderogen opknappen als vliegtuigen aan de grond bleven en auto’s in de garage. Dat is ook wel gebeurd, een beetje. Maar het verbeteren van de luchtkwaliteit is nog niet zo simpel.

Het grootste effect werd bereikt bij stikstofdioxide, schrijft de Volkskrant. Logisch: dat is vooral afkomstig van auto’s. De concentratie daarvan nam met een derde af in de buurt van drukke wegen. Overgaan op elektrisch rijden of thuiswerken zou dus blijvend positieve gevolgen kunnen hebben voor wie aan een drukke weg woont.

Belangrijker dan stikstofdioxide is de hoeveelheid fijnstof in de lucht. Deze deeltjes, vooral als ze kleiner zijn dan 2,5 micrometer doorsnee, kunnen ontstekingen veroorzaken en zo de kans op kanker en longziekten vergroten. De concentratie daarvan daalde landelijk met 10 tot 25 procent.

Best behoorlijk. Jaarlijks sterven er in Nederland zo’n 12.000 mensen aan de gevolgen van luchtvervuiling. Dat aantal zou met 1000 tot 2000 dalen als de fijnstofconcentratie met bovengenoemde hoeveelheid zou afnemen. Punt is dat je daarvoor nogal wat moet doen: een heel land stilleggen.

“Je ziet: als zóveel mensen de auto laten staan heeft dat ook voor fijnstof een meetbaar effect”, reageert epidemioloog Lidwien Smit van de Universiteit Utrecht, gespecialiseerd in de impact van luchtvervuiling op de gezondheid, in de Volkskrant. “Maar het laat ook zien hoe moeilijk het is geworden om fijnstof langdurig omlaag te brengen.”

Door verbeterde filters in fabrieksschoorstenen en auto’s is de hoeveelheid fijnstof in de lucht sinds de jaren negentig gehalveerd, maar een nog verdere afname is lastig te realiseren. Smit: “De fijnstofdeken over Nederland aanpakken wordt steeds ingewikkelder en duurder. […] Het laaghangende fruit is inmiddels geplukt.”

Bron(nen):   De Volkskrant