Waarom het sluiten van kolencentrales het klimaat niet gaat helpen

Nederland gaat de eigen klimaatdoelstellingen niet halen. Het doel om voor 2021 nog negen megaton minder CO2 uit te stoten, is onbereikbaar, concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) deze week. GroenLinks stelt daarom voor om vier van de vijf kolencentrales per direct te sluiten. Maar volgens experts is dit slechts een papieren oplossing.

In 2015 oordeelde de rechter in een zaak van Urgenda tegen de staat dat Nederland in 2020 een kwart minder CO2 moet uitstoten dan in 1990. Dat doel was destijds nog haalbaar, maar aangezien het kabinet geen enkele actie heeft ondernomen, is het nu vrijwel onmogelijk om het nog te bereiken.

GroenLinks komt daarom met een ‘noodoplossing’, zoals leider Jesse Klaver het zelf noemde: we moeten vier van de vijf kolencentrales sluiten. Maar daar zitten nogal wat haken en ogen aan. Ten eerste zijn er de kosten. Diverse partijen hebben miljarden gestoken in de centrales op basis van garanties in de toekomst. Om dat af te kopen is veel geld nodig. Dat is er volgens Klaver. Het kabinet heeft namelijk tot 2030 nog 1,9 miljard euro gereserveerd voor de bijstook van biomassa door de centrales. Die subsidie kan worden gebruikt om de eigenaren af te kopen, waarvoor 1,8 miljard nodig zou zijn.

Belangrijker probleem is echter dat de stroom die niet door de kolencentrales wordt opgewekt ergens anders vandaan moet komen. Deels zou dat kunnen door het heropenen van gascentrales, maar voor een groot deel moet de stroom uit het buitenland komen. Daarmee is het een ‘papieren’ oplossing: de CO2 wordt dan alsnog elders uitgestoten. Per saldo levert het dus nauwelijks winst op voor het milieu.

Wat er dan wel moet gebeuren? Misschien kunnen bedrijven eindelijk eens fors meer gaan betalen voor hun CO2-uitstoot, zoals ook in het nieuwe wetsvoorstel van GroenLinks staat.